Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

GGD Z-Limburg | Afdrukken |  E-mail

Schoolslagpraktijkmiddag
Samen werken aan een gezonde en veilige school

Bob van der Meer

Inleiding

Op 13-04-2010 vond de jaarlijkse Schoolslagpraktijkmiddag, georganiseerd door GGD Zuid-Limburg, in Maastricht plaats. Na afloop beloofde ik de nog niet-beantwoorde vragen van de groepen schriftelijk te beantwoorden.

Woord vooraf

Al jaren probeer ik de politiek zover te krijgen dat ze scholen verplichten beleid op psychosociale veiligheid binnen scholen te maken. In 2006 schaarden drie partijen zich achter mijn aanpak: Groen Links, SP en PvdA. Toen zij echter individueel een persconferentie hierover gaven, bleek dat iedere partij een eigen invulling gaf aan onderdelen van mijn aanpak, waardoor er verder niets meer gebeurde.
In 2007 vond een eerste rondetafelgesprek van de onderwijsspecialisten van de politiek partijen in de Tweede Kamer plaats en kon ik mijn denkbeelden over mijn aanpak ventileren.
In 2009 vond het tweede rondetafelgesprek met hen plaats over het algemenere onderwerp geweld. Aangezien 30% van de door de onderwijsspecialisten aan de minister OCW gestelde vragen, vragen over pesten betrof, beantwoordde ik ze uitgebreid om daarna verder niets meer te horen.
Samengevat: dit soort bijeenkomsten zijn rituele dansen, die niets opleveren.

Ik heb het roer omgegooid. Ik wacht niet meer af, maar ga het pest- en geweldprobleem op Nederlandse scholen samen met de scholen aanpakken. Om die reden heb ik een nieuwe website gemaakt, www.pesten.net, waarop ik al mijn kennis heb geplaatst. Voor een eenmalig relatief gering bedrag stellen scholen voor basis- en voortgezet onderwijs, met behulp van de op deze site geplaatste producten, een goed beleidsplan samen, leggen het ter goedkeuring aan alle schoolgeledingen voor; voeren het, na aanvaarding, uit en evalueren het eens per jaar. Voor de uitvoering van het beleid zijn scholen niet verplicht mij in te schakelen, maar kunnen ze ook een beroep doen op anderen. Wel hebben de scholen die, samen met mij, een goed beleidsplan maken, het recht mij gratis via e-mail of per telefoon te consulteren bij problemen op voornoemde gebieden. Het enige dat hiertegenover staat is dat scholen beloven mijn materialen slechts te gebruiken voor de structurele aanpak van het pest- of geweldprobleem binnen de eigen school en mijn kennis niet voor andere doeleinden dan voornoemde zullen gebruiken.

Onderverdeling

De overgebleven vragen kunnen worden onderverdeeld in de volgende onderwerpen: beleid, na school, slachtoffer, tegenstelling school/maatschappij, sancties, regels, groepsdruk, ouders, contract, pestprotocol, good practices, veiligheid, pester. Hieronder eerst per onderwerp de vragen, waarna de beantwoording.

Beleid
Docent: "Ho, tot hier en niet verder". Hoe breng je dit in praktijk? Welk beleid moet je voeren? Hoe belangrijk is veiligheid? Sommige directies/leraren staan er niet achter. Hoe krijg je alle neuzen dezelfde kant op? Hoe creëer je motivatie om er wat aan te doen (niet willen/niet kunnen).


. Voor een duidelijk antwoord op deze vraag verwijs ik naar de kopjes Algemene info en TeC Amsterdam van www.pesten.net. Had deze school goed beleid gehad, dan was dit probleem niet op deze wijze geëscaleerd.
Elke school is op dit moment overigens al verplicht beleid te voeren inzake alle mogelijke ongewenste omgangsvormen, waaronder nu ook pesten. Artikel 3 van de ARBO(Arbeidsomstandigheden)wet verplicht namelijk iedere werkgever, dus ook een schoolbestuur, maatregelen te treffen inzake pesten. De onlangs vernieuwde wet kent daarnaast een omgekeerde bewijslast: moesten vroeger de ouders van gepeste leerlingen bewijzen dat hun kind werd gepest, wat relatief moeilijk was, tegenwoordig moet het bestuur/de directie bewijzen dat er niet wordt gepest.
Als leiding creëer je motivatie door docenten erop te wijzen dat zij verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor ook de juridische gevolgen, als blijkt dat zij het beleid van de school niet hebben uitgevoerd.
Goed beleid is: leerlingen spreken met elkaar regels af over een zorgvuldige manier van omgang met elkaar. Een van deze regels is dat pesten een ongewenste omgangsvorm is. Een tweede regel dat, als er toch wordt gepest, iedereen, ook de pester, het recht en de plicht heeft dit aan elkaar, ouders en docent te vertellen en dat dit geen klikken wordt genoemd. Goed beleid daarnaast is dat de mentor elke week kort de regels aan de orde brengt, vraagt of de regels worden opgevolgd en/of er nieuwe regels zouden moeten worden opgesteld over eventueel nieuwe andere ongewenste omgangsvormen. Als de leerlingen niets te melden hebben, gaat de mentor over tot de orde van de dag.
Als achteraf blijkt dat de mentoren, ondanks deze afspraken, het door alle schoolgeledingen aanvaarde beleid, niet hebben uitgevoerd en een leerling doodt vanwege pesten een andere leerling, zoals op het TeC in Amsterdam, kan/mag of moet de directie de bewuste docent verantwoordelijk stellen voor de juridische gevolgen van zijn weigering het beleid uit te voeren.
Op deze manier aangepakt krijgt elke leiding zonder al te veel overredingskracht de neuzen van zijn of haar docenten dezelfde kant op.

Na school
Hoe kun je omgaan met pesten buiten school, zelfs als het op school niet meer gebeurt? Angst na school.

. Als leerlingen met elkaar regels hebben vastgesteld, voegt de school/mentor daaraan een aantal eigen regels toe. Een van deze regels kan zijn: Je bent niet alleen veilig op school, maar ook op weg van en naar school, in de buurt, de sportclub en in het uitgaansleven. Als leerlingen er zelf niet op komen voegt de school een tweede eigen regel aan die van de leerlingen toe: Als er in de klas wordt gepest, heb je het recht en de plicht dit aan elkaar, ouders en docenten te vertellen. En dit noemen we geen klikken. Of: Nergens mag je over klikken. Maar als de regels die we met elkaar hebben afgesproken, worden overtreden, heeft iedereen het recht en de plicht het aan elkaar te vertellen en dit noemen we geen klikken.

Slachtoffer
Slachtoffer trekt als magneet pesters aan, vaak ondanks therapie en trainingen. Het is vaak een voortzetting van de basisschool. Wat doe je met een kind dat buiten de groep valt? Dat zich soms een beetje vreemd gedraagt? Sovatraining heeft niet gewerkt. Wordt dit kind gepest?


. Deze vragen heb ik tijdens het plenaire gedeelte van de workshop als eerste vraag uitgebreid beantwoord en volsta voor de onderstaande vragen met een verwijzing achter deze vragen, naar onderwerpen en de daarbij behorende nummers op mijn site.

Hoe kan ik het kind steunen, terwijl ik soms 'begrijp' waarom een kind gepest wordt?
. Nummer 136, Artikel Schoolblad, getiteld Pestkoppen en zondebokken. In dit artikel vertelt een leerkracht dat zij erachter was gekomen dat ze de gepeste kinderen ook geen leuke kinderen vond. Toen ze dat gemerkt had, gaf ze ongemerkt deze kinderen iets meer aandacht: ze gaf ze heel af en toe een compliment en besteedde iets meer aandacht aan hen.

Hoe kan ik erachter komen of een kind gepest wordt? Vooral bij stille, teruggetrokken leerlingen? Er is iets niet goed, maar wat? Hoe signaleer je? Slachtoffers ontkennen vaak dat ze worden gepest. Hoe signaleer je dan? Als je weet dat er gepest wordt en je hebt het erover met de groep, dan ontkennen ze het. Wat doe je dan? Leerlingen melden het en wat dan? We weten het en wat dan? Hoe doorbreek je het geheel?
. Bovenstaande vragen zijn te beantwoorden door de mogelijke directe en indirecte signaleringsmogelijkheden toe te passen, zoals opgenomen onder nummers 013: Directe signaleringsmogelijkheden en nummer 014: Indirecte signaleringsmogelijkheden.

Tegenstelling school/maatschappij
Gevolgen van maatschappij en media binnen school. Regels binnen school zijn vaak in strijd met wat leerlingen buiten school zien
.
. Daar zijn veel voorbeelden van te geven. Soms hebben we het idee dat we aan het dweilen met de kraan open zijn. Van de andere kant heeft de school/het onderwijs het recht en de plicht zich bezig te houden met normen en waarden. De waarde die in dit verband belangrijk is, is veiligheid, volgens de behoefte-theorie van Maslov de tweede behoefte van elke leerling en elke volwassene. En de norm is dan dat bepaalde, met elkaar afgesproken gedragingen, niet meer kunnen. Wat andere organisaties, instituten en ook ouders aan normen en waarden uitdragen, is aan deze organisaties, instituten en ouders, de school heeft haar eigen normen en waarden en draagt deze uit. Daarom pleit ik er ook voor om als school goed beleid te maken; aan ouders die hun kind bij school aanmelden, het beleid kort uit te leggen; daarop aan hen te vragen hiermee akkoord te gaan door het plaatsen van een handtekening onder een verkorte versie van dit beleid; en ouders en leerlingen die dit weigeren te adviseren op zoek te gaan naar een andere school die dit niet eist. En daarom heb ik ook tijdens de workshop aandacht besteed aan de verschillende soorten regels die binnen school zouden moeten worden gehanteerd.
Ik insisteer zo op regels omdat volgens Piaget normen en waarden en regels alles met elkaar te maken hebben (nummer 084: Piaget's theorie over regels en moreel gedrag). Moreel gedrag is volgens hem: 'De neiging een set van gemeenschappelijke regels te aanvaarden en te volgen, die gewoonlijk interpersoonlijk gedrag reguleren'. Mooier kan het niet worden gezegd.
Een school die dit uitdraagt is geen black board jungle (meer), maar een instituut met een prachtige missie dat tegenwicht biedt aan een mogelijke maatschappelijke black board jungle.

Sancties
Welke sancties bestaan er na regelovertreding?
. Aan leerkrachten basis en voortgezet onderwijs heb ik gevraagd straffen te bedenken die in relatie staan tot pestgedrag. Op deze wijze is een overzicht tot stand gekomen van zinvolle straffen voor leerlingen van groep 1 basisonderwijs tot en met klas 3 voortgezet onderwijs: nummer 030.

Regels
Het klinkt 'makkelijk': door regels kun je dingen voorkomen. Continuïteit: hoe houdt je regels actueel? Zouden wekelijkse lessen over sociaalemotioneel welbevinden helpen om pesten te voorkomen? Naast regels: wat kan je in de preventieve sfeer doen? Regels afspreken: werkt dat?
. Regels met elkaar maken is een eenvoudige, uiterst preventieve, start met goede resultaten, maar natuurlijk niet de Haarlemmerolie om pesten en andere ongewenste omgangsvormen aan te pakken en op te lossen.
Twee scholen voor basisonderwijs die deze methodiek toepasten hebben er echter veel baat bij gehad, alsook de Dienst Waterbeheer en Riolering, nu Waterbeheer geheten, in Amsterdam. Zie hiervoor achtereenvolgens Evaluatie, Satcha van Ampt, Leny KudiwaPeeters en Suzanne van den Eynden. En voor een andere gevalsbeschrijving: CV, Bedrijfsleven en Hoeveel mensen hebben aan deze training deelgenomen? Met name: Afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Groningen.
In verband met het actueel houden van de regels het volgende. Ervaring leert dat tijdens de wekelijkse korte bespreking van de regels leerlingen aangeven dat sommige regels beheerst worden, op grond van welke mededeling de mentor de klas een compliment kan geven; benadrukken dat alles binnen de groep bespreekbaar niet alleen gemaakt kan worden, maar ook moet worden, en dat je, wanneer je dat doet, niet klikt. De bewuste regel kan dan worden doorgestreept, waarna in plaats daarvan een nieuwe regel kan worden ingevoerd of niet. Afhankelijk van het onderwerp kan de mentor overgaan tot de orde van de dag of informatie geven over zaken die betrekking hebben op de regels of overgaan op zijn of haar mentorles. Ook kan daarna worden gewerkt aan activiteiten in verband met het vergroten van de sociale vaardigheden van de leerlingen. Ook kan  als voorbeeld van hoe het niet moet  de gevalsbeschrijving onder het vetgedrukte TeC uit de Algemene info worden behandeld om aan te geven dat de school, middels artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet verantwoordelijk is voor de psychosociale veiligheid van elke leerling, docent en ouder en dat de school daarom beleid heeft gemaakt om bovengenoemde voorbeelden te voorkomen. Ook kan het onderwerp groepsdruk aan de orde worden gesteld. Het probleem daarbij voor mij is dat ik graag zou willen beschikken over concrete lesactiviteiten om dit onderwerp aan de orde te stellen, maar scholen op dit onderwerp nog weinig kan adviseren. Ik houd mij daarom aanbevolen voor informatie over dit belangrijke onderwerp.

Groepsdruk
Hoe kan je de groepsdruk doorbreken? Ik maak me namelijk zorgen over waartoe pesten toe leidt, als je niet tot de groep behoort.
. Deze groepsdruk is te doorbreken door leerlingen expliciet verantwoordelijk te maken voor elkaars psychosociale veiligheid en ook ouders hierbij in te schakelen. Men zou kunnen overwegen om in dit geval de uitzending van Lopende Zaken van de VPRO te vertonen waarin een ouderechtpaar aan het woord komt waarvan de zoon een einde aan zijn leven vanwege pesten had gemaakt. Dit onderwerp ga ik verder uitwerken.

Ouders
Wat is de rol van de ouders?
. Binnen een aantal pilotprojecten (kopje Pilotprojecten op de site) rond psychosociale veiligheid is gebleken dat de houding van ouders ten opzichte van school een steeds groter wordend probleem aan het worden is. Op grond hiervan heb ik in het conceptbeleidsplan, onder het kopje Beleid, ook procedures opgenomen over een goede samenwerking tussen hen en de school. Onder nummers 049, 050 en 051 staan Adviezen aan ouders van pesters, van gepeste kinderen en aan ouders van de rest van de klas. En tot slot, onder frequent asked questions, welke categorie nog op de site moet worden geplaatst, is een groot aantal van hun vragen en zijn mijn antwoorden te vinden.

Contract
Leerlingen zeggen: "Ik onderteken dit contract niet". Wat doe je dan?
. Twee mogelijkheden.
Als het juridisch mogelijk is leerlingen te verplichten hun handtekening onder door hen met elkaar gemaakte regels te plaatsen en de school heeft deze verplichting in haar beleidsplan opgenomen, dan heeft de school de macht dit af te dwingen. Weigert een leerling, ondanks het expliciete schoolbeleid, zijn of haar handtekening te plaatsen, dan is dat voldoende reden om de leerling de wacht aan te zeggen, te waarschuwen dat dit een reden voor schorsing dan wel verwijdering inhoudt en, wanneer de leerling dan alsnog weigert, hiertoe over te gaan. Hierdoor wordt aan iedereen binnen en buiten school duidelijk gemaakt dat het de school met veiligheid menens is.  
Als het juridisch onmogelijk is leerlingen te verplichten hun handtekening onder door hen met elkaar gemaakte regels te plaatsen en de school heeft deze verplichting om die reden niet in haar beleidsplan opgenomen, dan kan de mentor geen enkele leerling hiertoe dwingen, maar de leerling waarschuwen dat dit voor hem/haar een duidelijk signaal is om de weigeraar vanaf nu te gaan volgen en op het moment dat de leerling aan anderen geen veiligheid biedt, direct hulp te gaan bieden, welke hulp, wanneer niets helpt, uiteindelijk zal leiden tot schorsen en verwijderen.

Pestprotocol
Het werken met een pestprotocol, werkt dat?
. Er is tamelijk veel verwarring over het zogenaamde pestprotocol. Daarom het volgende. Op 1 november 1994 organiseerden de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (LOBO, NKO, Ouders en Coo, VOO) een persconferentie. Tijdens deze conferentie brachten ze vier producten naar buiten: een folder met adviezen voor ouderverenigingen om pesten aan de orde te stellen; een poster, met daarop de slogan van de actie, getiteld 'Pesten, over en uit'; een Nationaal Onderwijsprotocol tegen Pesten, één pagina met daarop een aantal uitgangspunten en voornemens van scholen om pesten structureel aan te pakken en een brochure. De brochure bestond uit een concrete uitwerking van mijn vijfsporenaanpak tegen pesten, welk aanpak ik vanaf 1990 in artikelen had vormgegeven. Zie voor informatie over mijn vijfsporenaanpak het kopje Vijfsporenaanpak op de site. En voor een concrete uitwerking van mijn vijfsporenaanpak: Beleidsplan.
Als met de vraag wordt bedoeld of het Nationaal Onderwijsprotocol tegen Pesten werkt of heeft gewerkt, dan is het antwoord: dit heeft totaal niet gewerkt. Veel scholen dachten dat ze een goed beleid hadden, ondertekenden onder het geklik van camera's officieel het protocol, hingen dat in een mooie lijst op een prominente plaats in de school op, gingen over tot de orde van de dag en lieten hierdoor veel ouders en kinderen in de kou staan.
Als met de vraag bedoeld wordt of het werken met regels werkt, dan moet ik wijzen op het antwoord dat ik hierboven, onder Regels, heb gegeven.

Good practices
Wat zijn voorbeelden van 'good practices'? Wat zijn goede oplossingen, los van alle protocollen. Vaak moet je ad hoc reageren.

. Hier wordt een aantal zaken door elkaar gehaald.
In de eerste plaats het idee dat er goede oplossingen zouden bestaan, los van alle protocollen. Een protocol is een eindproduct van niet alleen veel theoretische, maar ook van veel praktische kennis. De vragensteller ziet good practices echter als handigheidjes.
En in de tweede plaats gaat hij/zij er ten onrechte van uit dat ten aanzien van pesten er vaak/altijd ad hoc moet worden gereageerd.
Dit is niet alleen een onderwijsprobleem, maar ook een probleem van politici, regeringsleiders, directies van al dan niet grote bedrijven en van klussers in huis.
Mijn stelling is, welke stelling ik verder heb uitgewerkt in mijn leukste boek, waar natuurlijk weinig voor nodig is gezien de onderwerpen waar ik mij mee bezig houd, getiteld De Probleemaanpak. Daarin schets ik de probleemoplossingsstrategie van mensen. Wanneer mensen namelijk worden geconfronteerd met een probleem, is de eerste reactie: ontkenning. Als het probleem of de moeilijkheid niet meer kan worden ontkend, is de volgende fase: de ad hoc fase. Als deze aanpak niet meer werkt, volgt de noodverbandfase. En als ook deze aanpak onvoldoende resultaten biedt, belanden we in de onvolledige analyse fase.
Als we als voorbeeld geweld nemen, dan doen we het volgende. Eerst ontkennen we dat er op scholen sprake is/kan zijn van geweld. Als we geweld tussen leerlingen niet meer kunnen ontkennen: een leerling bedreigt vanwege pesten een andere leerling met een pistool, reageren we ad hoc. We nemen het goed gelijkende speelgoedpistooltje, waarmee de gepeste leerling gedreigd had, van haar af en doen iets met haar, de pester en eventueel de respectievelijke ouders. Als het geweld op school echter toeneemt, gaan we over op noodverbanden: we schakelen de politie en veiligheidsmensen in, installeren poortjes, hekjes en camera's en plaatsen hekken om onze scholen. Tot slot gaan we op zoek naar mogelijke oorzaken, analyseren het probleem goed en passen de uit de theorie gedestilleerde juiste oplossingen toe; analyseren niet op voornoemde zorgvuldige wijze, doen wat, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het probleem onoplosbaar is; zetten petjes met verschillende kleuren op en af, ontwikkelen sociale vaardigheidstrainingen en trainen leerkrachten om deze trainingen te geven of voeren pestprojecten uit; of we passen oplossingen toe die op de korte termijn effectief lijken te zijn, maar op de langere duur of door een verkeerde toepassing van de methode, (toch) niet blijken te werken. Zie voor de laatste twee 'oplossingen', in de rubriek Ouders, op de homepage van www.pesten.net, mail 1 of de rubriek Mislukkingen.

Bovengenoemde fasen zijn op zich niet slecht en bevatten elementen voor een goede aanpak. Als er calamiteiten optreden, zal er altijd eerst een noodverband moeten worden toegepast.
Wil men echter een probleem structureel aanpakken, dan zou de werkwijze moeten zijn: signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren en evalueren, in feite de wetenschappelijke methode, aangepast op concrete onderwijsproblemen. In dit verband wilde ik wijzen op mijn drie eisen voor een goede aanpak van pesten, zoals uiteengezet in de rubrieken 3eisenvo, drie eisen die ik stel aan een goede aanpak van pesten in het voortgezet onderwijs, en geplaatst op de homepage van mijn site. De tweede eis is bovengenoemde structurele aanpak, welke aanpak ik heb neergelegd in het manuscript met als titel 'Geweld als (onderwijs)probleem'.
De wetenschappelijke methode start namelijk met feiten (signaleren); via inductie komt men tot een theorie (analyseren); uit de theorie worden - via inductie - voorspellingen gedestilleerd (plan opzetten en uitvoeren); deze voorspellingen worden via evaluatie (evalueren) getoetst, waaruit nieuwe feiten worden verkregen, welke feiten overeenkomstig zijn met of tegengesteld zijn aan de oude feiten.
Ten aanzien van pesten denk ik dat er voldoende signaleringsmogelijkheden zijn (ontwikkeld); dat de analyse van het probleem goed is uitgevoerd; er voldoende pilotprojecten (rubriek Pilotprojecten) zijn uitgevoerd, ervaringen zijn opgedaan en producten gemaakt en er binnen deze projecten eenvoudige evaluaties kunnen worden uitgevoerd.

Om deze redenen adviseer ik goed beleid te maken zodat niemand meer ad hoc hoeft te reageren. En als men dan moet reageren, hoeft dat niet meer ad hoc, maar weet iedereen wat men van de ander kan verwachten.

Veiligheid
Creëer je veiligheid door regels te stellen? Durft een kind het te vertellen?
. Het voornaamste in verband met pesten op te lossen probleem is: de samenzwering om te zwijgen, een term afkomstig uit de literatuur over kindermishandeling. Hieronder wordt verstaan dat (bijna) iedereen binnen het gezin weet heeft van de mishandeling of het misbruik, maar dat niemand de vuile was buiten durft te hangen, uit angst om voor verklikker te worden aangezien. Om dit probleem aan te pakken en op te lossen, zou op iedere school de regel moeten gelden dat je nergens over mag/moet klikken, maar dat, als de regels die de leerlingen met elkaar hebben afgesproken, worden overtreden, iedereen het recht en de plicht heeft dit aan elkaar, de docent en de ouders te mogen/moeten vertellen; dat dit geen klikken wordt genoemd en dat degene die dit niet uitvoert een groot probleem heeft.

Pester
Hoe leg je het probleem aan de pester bloot? Hoe houd je de pester een spiegel voor?
. In het beleidsplan Psychosociale veiligheid (nummer 036, basisonderwijs of nummer 037, voortgezet onderwijs) wordt in spoor 2: de hulp aan de pester, deze hulp uitgebreid beschreven.

c Bob van der Meer
E2V2, Rosmalen
22-04-2010

 
© 2017 Bob van der Meer