Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Kindermishandeling | Afdrukken |  E-mail

Bij gebruik van onderstaande teksten wordt de volgende notatie gebruikt:
Meer, B. van der (2011). Structurele aanpak van kindermishandeling/seksueel misbruik. Rosmalen: E2V2, www.pesten.net

Onderstaande teksten kunnen slechts worden gebruikt voor eigen professionalisering. Elk ander gebruik is/wordt daarmee uitgesloten.

Inhoudsopgave
001 Structurele aanpak van kindermishandeling
002 Handleiding verteouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik
003 Relatie tussen pesten en kindermishandeling

001 Structurele aanpak van kindermishandeling
Aan een goede aanpak van kindermishandeling/seksueel misbruik stel ik drie eisen: de aanpak is in twee opzichten integraal; het probleem wordt structureel aangepakt en leidt tot attitudeverandering. Hieronder een uitwerking.

1 De aanpak van kindermishandeling/seksueel misbruik is in twee opzichten integraal.
Enerzijds door het betrekken van alle partijen bij de aanpak ervan, mijn vijfsporenaanpak van kindermishandeling, welke aanpak ook van toepassing is op alle andere vormen van geweld, zoals pesten op school, pesten op het werk, vrouwenmishandeling, seksuele intimidatie, huiselijk geweld, vreemdelingenhaat en homofobie. Zoals bij al deze vormen sprake is van vijf partijen en drie psychologische mechanismen, is daarvan ook bij kindermishandeling als volgt sprake: de zwijgende middengroep (de rest van het gezin), bestaande uit vijf subgroepen; de dader/pleger; de leerkracht/docent die signalen opvangt, maar ze niet relateert aan kindermishandeling; buren, familieleden, vrienden en kennissen die wel een vermoeden hebben, maar ze niet ventileren; en het slachtoffers of de slachtoffers. En de drie psychologische mechanismen zijn: 'de samenzwering om te zwijgen'; het omstandersdilemma en de neiging om het slachtoffer van geweld (een gedeelte van) de schuld te geven, ook wel blaming the victim genoemd.
Anderzijds door kindermishandeling te zien als onderdeel van geweld. In het verklaringsmodel van geweld, zoals opgenomen in School en geweld, oorzaken en aanpak (van der Meer, 2000), kan kindermishandeling worden geplaatst onder 'geweld tegen de ander'.

2 Het probleem wordt structureel aangepakt
De tweede eis is dat kindermishandeling/seksueel misbruik structureel wordt aangepakt (van der Meer, 1993 en 2011). Als volgt.
Als mensen - of dat nu klussers in huis, scholen, leidinggevenden in bedrijven, politici, ministers of regeringen zijn - met problemen worden geconfronteerd, worden ze in eerste instantie vaak ontkend; als ze niet meer ontkend kunnen worden, worden ze vervolgens ad hoc aangepakt; als ook dat de problemen niet oplost, wordt een noodverband aangebracht; en, als ook dat niet meer toereikend is, analyseert men het probleem, maar meestal onvolledig.
Aangezien in elk stadium niet, niet-planmatig of planmatig wordt gesignaleerd, geanalyseerd, plannen worden opgezet en uitgevoerd, geëvalueerd, beschikken we over een methode om onderwijs- en andere problemen, zoals huiselijk geweld en vreemdelingenhaat, efficiënt aan te pakken en op te lossen, namelijk via signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren.
Omdat deze aanpak de kenmerken van de wetenschappelijke methode vertoont, houdt dit in dat we met de trits signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren, beschikken over een toepassing van de wetenschappelijke methode op concrete onderwijs- en andere problemen, om welke reden het efficiënter lijkt (toekomstige) directieleden en leerkrachten basis- en voortgezet onderwijs de methode te leren toepassen dan hen op te zadelen met de aanpak van afzonderlijke of telkens nieuwe onderwijs- of andere problemen.
Wanneer deze methodiek wordt toegepast op kindermishandeling/seksueel misbruik, is het zaak om, in navolging van en identiek aan de website www.pesten.net, een nieuwe website te maken waarop - onder daarbij behorende nummers - alle producten op deze vier gebieden geplaatst worden.

3 De aanpak leidt tot attitudeverandering
En de laatste eis is dat activiteiten om kindermishandeling/seksueel misbruik te stoppen zouden moeten leiden tot attitudeverandering.
Aangezien een attitude bestaat uit drie componenten, de bovenste drie knoppen van de toekomstige site; én voor een blijvende attitudeverandering drie strategieën moeten worden toegepast, de onderste drie knoppen van de site, zijn onder deze zes knoppen de daarbij behorende producten te plaatsen, met behulp waarvan niet alleen alle achtergrondinformatie kan worden verzameld en gerubriceerd, maar ook lacunes in producten, activiteiten en beleid kunnen worden blootgelegd.
Mutatis mutandis geldt het bovenstaande voor alle hierboven genoemde onderwijs- en andere problemen.

Bronnen
Meer, B. van der, e.a. (1990). Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik. Schiedam: Segers.
Meer, B. van der (1993). De Probleemaanpak. Nijmegen: Berkhout B.V.
Meer, B. van der (1997). Website www.pesten.net. Rosmalen: E2V2. Op deze site zijn, onder het kopje Publicaties, mijn publicaties op diverse onderwerpen opgenomen.
Meer, B. van der (2000). School en geweld, oorzaken en aanpak. Assen: Van Gorcum.
Meer, B. van der (2011). Geweld als (ondrwijs)probleem. Manuscript.

Copyright
Bovenstaande ideeën en uitwerkingen zijn, als geestelijk eigendom, onder nummer 1017872, vastgelegd bij de afdeling Registratie van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor Den Bosch.

002 Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik
In 1987 startte het ministerie van Onderwijs het eerste Emancipatieproject lbo. De doelen van dit pilotproject waren: ervaringen opdoen met vertrouwenspersonen en over deze ervaringen een publicatie uitbrengen. Vijf scholen voor lbo werden gevraagd aan het project deel te nemen. Alhoewel het project was opgestart om leerlingen de mogelijkheid te bieden om op een veilige manier over hun ervaringen met seksuele intimidatie te kunnen praten, werden de op de vijf scholen aangestelde vertrouwenspersonen door leerlingen slechts benaderd met verhalen over seksueel misbruik binnen het gezin. Aan het ministerie van Onderwijs, de opdrachtgever, werd daarom toestemming gevraagd de publicatie te mogen laten gaan over kindermishandeling en seksueel misbruik, welke toestemming werd gekregen. Aan deze publicatie werkten mee: Willem Elsendoorn, Martin Hesselberth, Hetty Hummel-Drok, Harry Jansen, Paulien van Kronenburg en ik als eindredacteur.
Het werd in 1990 uitgegeven bij Segers in Schiedam, telefoon 010-4260900 en officieel in ontvangst genomen door de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Jacques Wallage.
Voor de volledigheid. Hierna gaf het ministerie mij de opdracht eenzelfde Handleiding vertrouwensgroep te maken, nu inzake seksuele intimidatie. Omdat een boek met een dergelijke titel zou afschrikken vroeg ik aan Mevrouw Mr. G. Blokdijk-Hauwert, loco Secretaris-Generaal van het ministerie en opdrachtgeefster voor de publicatie, toestemming om een boek over het onderwerp machtsmisbruik, waaronder seksuele intimidatie, te mogen maken. Dit werd verleend, waarna ik in 1993 het boek Machtsmisbruik op school, eveneens bij Segers, uitbracht. Hierin onderscheidde ik vijf groeperingen waartussen machtsmisbruik kon plaatsvinden: tussen leerlingen onderling; leerlingen en leerkrachten; leerkrachten en leerlingen; personeel onderling en tussen school en ouders. Ik vergat hierbij machtsmisbruik tussen ouders en school, een fenomeen waar toen absoluut geen sprake van was, maar nu van alle problemen het grootste of, na pesten tussen leerlingen onderling, het een na grootste probleem is. Had het ministerie de toen gegeven adviezen opgevolgd, dan was er al lang een einde gemaakt aan de ongewenste omgangsvormen tussen de hierboven genoemde geledingen: leerlingen onderling, leerlingen en leerkrachten, leerkrachten en leerlingen, school en ouders en tussen ouders en school. De gevolgen van deze omissie heb ik beschreven in: Pestenleaks, Mislukkingen, NIGZ-PRIMA, Antipestbeleid, Persbericht, Uitzending KvdB, Homoseksualiteit en -fobie en Sovatrainingen op de homepage van mijn site. En tot slot wilde ik wijzen op de nummers 027, 029, 030 en 032 onder het kopje Nieuws, eveneens op de homepage van mijn site.
De vraag is nu wie verantwoordelijk is of verantwoordelijk kan worden gesteld voor deze puinhoop.
Binnenkort zal ik hierover een brief aan de leden van de vaste Kamercommissie Onderwijs schrijven om hier onderzoek naar te doen.

003 Relatie tussen pesten en kindermishandeling
In 1986 werd ik gevraagd lid te worden van de voorbereidingsgroep, die een landelijke actie tegen kindermishandeling voorbereidde. In het schooljaar 1990-1991 werd deze actie, met als slogan 'Over sommige geheimen moet je praten', uitgevoerd. In 1988 bracht ik mijn eerste boek over pesten, De zondebok in de klas, uit en in 1990 de Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik. In noot 13 van dat boek legde ik een verband tussen pesten en kindermishandeling, welk verband ik later in artikelen verder uitwerkte. In interviews, lezingen en workshops merk ik daarover op dat pesten kindermishandeling is, nu niet van volwassenen ten opzichte van kinderen, maar tussen kinderen onderling. Als dat zo is en men heeft weet van pesten, dan is men wettelijk verplicht een melding hiervan bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) te doen. Het AMK kan zich hierbij niet verschuilen achter het argument dat zij zich slechts bezighoudt met kindermishandeling binnen het gezin. Omdat geen enkele andere instantie in staat is mishandeling tussen kinderen onderling een halt toe te roepen, moet het AMK dat wel. Op deze manier aangepakt is er nu eindelijk een wettelijke basis om pesten tussen leerlingen adequaat aan te pakken.
In 1997 verscheen in het blad PJG, 4 (1997), pp V2.2.-1/V 2.2-20, het artikel  Pesten en kindermishandeling en gaf ik in de in hetzelfde jaar bij Van Gorcum uitgebrachte boek Pesten op school, lessuggesites voor leerkrachten, op pagina 103-104, een les over deze relatie.

 
© 2017 Bob van der Meer