Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Homoseksualiteit en -fobie | Afdrukken |  E-mail

Bij gebruik van onderstaande teksten wordt de volgende notatie gebruikt:
Meer, B. van der (2011). Homoseksualiteit en -fobie, nummer x. Rosmalen: E2V2, www.pesten.net
Deze teksten kunnen slechts worden gebruikt voor eigen professionalisering. Elk ander gebruik is/wordt daarmee uitgesloten.

Inleiding

In deze rubriek wordt eerst geschetst hoe homofobie in het Nederlandse onderwijs nog steeds wordt aangepakt. Deze aanpak kan beter als wordt uitgegaan van de theorie van Allport over de manieren van omgang van leerlingen met elkaar. In principe is ook dit probleem oplosbaar, mits men een beleid op - ook - dit onderwerp heeft. De enige voorwaarde is te beschikken over een goede probleemoplossingsstrategie. Een dergelijke strategie wordt behandeld in mijn binnenkort te verschijnen boek 'Geweld als (onderwijs)probleem',  welk boek op 09-01-2013 in de rubriek Gratis op de homepage van www.pesten.net werd geplaatst, maar op 14-02-2014 daarvan werd verwijderd. Het kan zijn dat het als boek wordt uitgebracht. Informatie verschijnt te zijner tijd in de rubriek Nieuws. Hierin wordt aangegeven dat uiteenlopende problemen als pesten, geweld, ongewenste omgangsvormen, homofobie aan te pakken en - zoveel als mogelijk - op te lossen problemen zijn.

Inhoudsopgave

001 De aanpak van homofobie in het Nederlandse onderwijs
002 Voorwoord bij het boek van Els Hendrikse 'Zwartboek over pesten op school' 
003 'Ik ben homo. Mijn familie weet het niet. Een aantal klasgenoten wel. Ze pesten en chanteren me ermee. Wat moet ik doen?
004 Attituden ouders
005 Een structurele aanpak van homofobie
006 Brief aan het COC over een structurele aanpak van homofobie
007 een mail van een leerling, derde klas voortgezet onderwijs

001 De aanpak van homofobie in het Nederlandse onderwijs

In het iets uit de hand gelopen artikel 'Aanpak van pesten, oorzaken van mislukiing', op de homepage onder 'Mislukkingen' geplaatst, heb ik een paragraaf gewijd aan de aanpak van homofobie op Nederlandse scholen. Voor het gemak van de lezer plaats ik hier een verkorte versie. Als volgt:
Na de Tweede Wereldoorlog werd aan Allport, de vader van de Sociale Psychologie in Amerika, de vraag gesteld de Jodenvervolging te verklaren.
Hiertoe maakte hij - zie hiervoor figuur 1 - onderscheid tussen twee manieren van omgang van mensen met elkaar: een vriendschappelijke en een vijandige manier. Zijn andere stellingen waren. De omslag van een vriendschappelijke naar een vijandige manier van omgang met elkaar ligt bij sympathie/antipathie. Als niemand iets doet aan antipathie, leidt dat vanzelf tot vooroordelen. Neemt niemand duidelijk stelling tegen vooroordelen, dan leidt dit tot discriminatie. En doet niemand iets tegen discriminatie, dan leidt het tot het zondebokfenomeen, het verschijnsel dat dier en mens slachtoffers (nodig) hebben. Hieronder zijn naar mijn opvatting ook racisme, fascisme, vreemdelingenhaat, progroms en poten- en pottenrammen te brengen. 
Twee stellingen in dit verband. De eerste stelling luidt dat mensen en kinderen in staat zijn tot de meest prachtige activiteiten: kunst, liefde, cultuur, muziek. Maar dat zij ook in staat zijn tot de meest krankzinnige zaken en activiteiten: systematisch lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld, ook wel pesten genoemd, racisme, seksisme, vreemdelingenhaat, progroms en homohaat. En mijn tweede stelling is dat het weinig zin heeft te gaan werken aan de vriendschapelijke manieren van omgang van leerlingen met elkaar, als niet eerst consequente maatregelen zijn getroffen voor de (van meest naar minder) vijandige manieren van omgang van leerlingen met elkaar.

Figuur 1: Omgang van mensen met elkaar, volgens Allport

samenwerking           op vrienschap-
                                pelijke manier
respect                                     

tolerantie

sympathie/
antipathie

vooroordeel

discriminatie

het zondebok-           op vijandige
fenomeen                 manier


Homofobie, twee scenario's
Deze theorie geeft erg veel concrete aangrijpingdspunten voor grote problemen. Een voorbeeld. Wanneer blijkt dat leerlingen elkaar voortdurend uitschelden voor 'homo' of homoseksuele docenten en klasgenoten het leven onmogelijk maken, is het advies een regel hierover in de klassenregels op te nemen, waarna de docent kort uitleg geeft over homoseksualiteit. Tevens brengt de school de ouders op de hoogte van deze ongewenste omgangsvorm en de maatregelen die de school heeft genomen en nog zal nemen om aan deze ongewenste omgangsvorm een einde te maken. Redelijk eenvoudig allemaal. Maar zo eenvoudig een probleem aanpakken gebeurt niet in Nederland. Het gaat iets gecompliceerder.

Het COC geeft opdracht onderzoek uit te voeren naar de houding van leerlingen en docenten ten opzichte van homoseksuele leerlingen en docenten. Uit het onderzoek komt als 'verrassend' resultaat naar voren dat het hier in Nederland slecht mee gesteld is: er is nog steeds sprake van weinig acceptatie van deze bevolkingsgroep.
Wat doet men? Twee scenario's. Het eerste was al bedacht. Het tweede had men onmogelijk kunnen bedenken, maar vond wel plaats.

Homofobie, scenario 1
Ten koste van veel geld wordt lesmateriaal gemaakt om homoseksualiteit bespreekbaar te maken. Daarop worden cursussen aan docenten gegeven, die op hun beurt lessen aan hun leerlingen hierover geven. Omdat geen onderzoek wordt uitgevoerd naar de effectiviteit van de lessen en óók geen onderzoek wordt verricht naar de attituden van leerlingen en docenten, voorafgaand en na afloop van de lessen, is niets zinnigs te zeggen of en in hoeverre de lessen positief, geen of zelfs negatief effect hebben gehad. Na een jaar of tien wordt opnieuw onderzoek uitgevoerd naar de aanweige homohaat. Er blijkt intussen weinig veranderd te zijn. Weer wordt opdracht gegeven aan een instituut om lesmateriaal te ontwikkelen om homohaat bespreekbaar te maken. Een handig instituut heeft het oude materiaal nog in de kast leggen, haalt het uit de kast, stoft het af, verandert wat termen, doet er een nieuwe kaft omheen en incasseert opnieuw de subsidie, hiermee zichzelf, maar ook het probleem, of het probleem en daarmee zichzelf, in stand houdend.
Hetzelfde gebeurt overigens al jaren op onderwerpen als voortijdig schoolverlaten, kindermishandeling, seksueel misbruik, sociale vaardigheidstrainingen, geweld en pesten, maar dit terzijde.

Homofobie, scenario 2
Een minsterie geeft aan een instituut een subsidie van 250 000,-- euro, waarvan 50 000,-- euro alleen al voor het maken van een brochure om homofobie bespreekbaar te maken. Het blad Expreszo maakt een brochure, laat hierin de toenmalige premier zich voor een spiegel aftrekken, zet aan tot vreemdelingenhaat en wenst een bekende homseksuele zanger dood. Het probleem wordt gesust, opnieuw wordt 50 000,-- euro uitgegeven, nu voor het drukken van een gekuiste versie. Het probleem is echter nog steeds niet aangepakt en opgelost, maar dat was ook niet de bedoeling. Volgend jaar een sociale vaardigheidstraining in elkaar knutselen en de naam C&SCO geven, een voortijdig schoolverlatersproject opzetten of een internaat voor voortijdige schoolverlaters in Friesland starten.

002 Voorwoord bij het boek van Els Hendrikse 'Zwartboek over pesten op school'

De twee dochters van Els Hendrikse werden door klasgenoten gepest. Ze kaartte het bij de schoolleidng aan die echter geen goede maatregelen trof. Toen zij daarop de school met een proces dreigde, kocht de school dit met het betalen van € 12 500,-- af. Haar ervaringen legde zij in haar boek neer. Ze vroeg mij het voorwoord vor aar boek te schrijven. Het luidde als volgt:

'De nu volgende gevalsbeschrijving van Els Hendrikse over het pesten door klasgenoten van haar dochters is een van de vele voorbeelden van een foutieve aanpak van het pestprobleem door scholen. Het is echter de eerste gevalsbeschrijving die uitgebreid is opgeschreven, maar daarnaast ook nog heeft geleid tot de hoogste afkoopsom in Nederland, door een school betaald om een kort geding te voorkomen.
Enerzijds is het een doorbraak voor diegenen die al jarenlang pleiten voor een structurele aanpak van het probleem. Anderzijds is het voor hen een blamage dat het hen nog steeds niet is gelukt de maatschappij duidelijk te maken dat elke school verplicht zou moeten worden een antipestbeleid te hebben.
Ala argument tegen een verplicht antipestbeleid wordt telkens artikel 23 van de Grondwet genoemd. Het Ministerie van OCW kan scholen, wordt bij herhaling betoogd, hiertoe niet verplichten omdat de vrijheid van onderwijs en daarmee de vrijheid van godsdienst in het geding zou zijn.
En nu kom ik in de problemen.
In een eerste godsdienst mogen vrouwen het priesterambt niet bekleden; kunnen homoseksuelen de sacramenten niet ontvangen, zolang zij hun geaardheid niet opgeven en 'dus' in zonde leven; wordt het priesters verboden geslachtsgemeenschap te hebben, terwijl hen wel de hand boven het hoofd wordt gehouden wanneer zij zich vergrijpen aan kinderen en vrouwen; krijgen mannen en vrouwen die overspel hebben gepleegd vergiffenis, mits ze het maar biechten.
In een tweede godsdienst worden vrouwen die overspel plegen tot hun hoofd begraven, waarna anderen hen net zo lang mogen stenigen totdat ze zijn overleden; mogen mannen, wanneer zij genoeg van hun vrouw hebben, haar verstoten; mogen homoseksuelen van daken van huizen worden afgegooid en dan ook nog met hun gezicht naar voren; wordt aan mannen, die zichzelf en daarbij ook anderen opblazen, een aantal maagden in het vooruitzicht gesteld; ondergaan meisjes genitale verminkingen; mogen jongens op alle mogelijke manieren met seks experimenteren, terwijl de meisjes - voor de aan hen in veel gevallen toegewezen man - maagd moeten blijven; mogen mannen eerwraak uitoefenen en/of hun vrouwen straffeloos verminken of doden.
En hebben tot slot in een derde godsdienst vrouwen geen stemrecht en mogen zij ook geen lid zijn of worden van de Tweede Kamer.
Zijn dit soort opvattingen en activiteiten belangrijker dan het recht van ieder kind op veiligheid of zouden we moeten concluderen dat het recht op veiligheid van kinderen, meisjes, vrouwen en homoseksuelen, vele malen belangrijker is dan bovenstaande krankzinnige gebruiken? Zo opgevat is artikel 23 een pervers artikel dat zo snel mogelijk moet verdwijnen. En als dat op dit moment, om welke godsdienstige of politieke reden dan ook, nog niet mogelijk is, mag artikel 23 blijven bestaan, mits de veiligheid van kinderen, meisjes, vrouwen en homoseksuelen gesteld wordt boven dit artikel'.

Bron: B. van der Meer (2006). Voorwoord. In: Els Hendrikse, Zwartboek over pesten op school. Zoetermeer: Free Musketeers.

003 ''Ik ben homo. mijn familie weet het niet. Een aantal klasgenoten wel. Ze pesten me ermee. Wat moet ik doen?"

Elke school beschikt over een of meer interne dan wel externe vertrouwenspersonen. Hun taken zijn met het van kracht worden van de ARBO-wet, de Arbeidsomstandighedenwet, langzamerhand uitgebreid met alle mogelijke vormen van machtsmisbruik tussen leerlingen/volwassenen: seksuele intimidatie, agressie, geweld, vooroordelen, discriminatie, pesten, chantage, afpersing, racisme, fascisme en seksisme. Een ieder die machtsmisbruik ervaart kan een beroep doen op de hulp/het advies van een vertrouwenspersoon. Hij of zij kan daarnaast, als deze taak in de taakomschrijving of de klachtenprocedure is opgenomen, gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag van de school adviseren over de aanpak van problemen en daartoe te zetten stappen.
In normaal Nederlands gezegd: een leerling, die vanwege zijn homoseksualiteit wordt gechanteerd, kan derhalve de hulp inroepen van de vertrouwenspersoon. Hun namen en telefoonnummers zijn in de Schoolgids te vinden. Deze gids is in het begin van het schooljaar aan alle leerlingen/studenten uitgereikt. Ook zijn ze in veel gevallen vermeld op de site van de school of de opleiding.
De vertrouwenspersoon luistert naar je en geeft je advies. Ook kan deze persoon de directie of het bestuur van de school of opleiding adviseren voor het personeel van de school een studiedag(deel) te laten organiseren over de omgang van leerlingen met elkaar, het maken van regels tussen leerlingen, waarin ook regels over het niet-chanteren van elkaar worden opgenomen plus de (zware) sancties bij overtreding hiervan, waarna de school, op de hoogte gebracht van de chantage, het daartoe ontworpen en door alle schoolgeleldingen aanvaarde calamiteitenplan of procedure ten uitvoer brengt. Voorlaatst laat de school in de regels van de leerlingen opnemen dat het woord 'homo' op deze school niet (meer) wordt gebruikt. En worden tot slot de ouders op de hoogte gesteld van de maatregelen die de school zal treffen wanneer homoseksuele leerlingen vanwege hun geaardheid gepest, gechanteerd of gediscrimineerd worden.

004 Attituden ouders
Als men de - eventuele - negatieve attitude van leerlingen ten opzichte van homoseksualiteit wil veranderen, ontkomt men er niet aan ook aandacht te besteden aan de - eventuele - negatieve attituden van hun ouders. Immers, onderzoek heeft aangetoond dat de hoogste correlatie, ooit in wetenschappelijk onderzoek gevonden, die tussen de attituden van ouders en hun kinderen is. Dit onderzoeksresultaat is afkomstig uit het boek Differential Psychology, van de hand van A. Anastasi. Met andere woorden, projecten op dit probleem binnen scholen uitvoeren is, heel vriendelijk gezegd, zinloos als er niets wordt gedaan aan de attituden van de ouders.

005 Een structurele aanpak van homofobie
In mijn aanpak is het mogelijk elke vorm van geweld of ongewenste omgangsvorm tussen alle schoolgeledingen (leerlingen onderling; leerlingen-docenten; docenten-leerlingen; personeel onderling; school-ouders en tussen ouders en school) bloot te leggen en ze blijvend te veranderen. Hieronder mijn aanpak. Deze aanpak heb ik, onder nummer 1017872, als mijn gesstelijk eigendom, vastgelegd bij de Afdeling Registratie van de Belastingdienst Oost-Brabant, kantoor Den Bosch. De tekst luidt als volgt:
Aan een geode aanpak van homohaat stel ik drie eisen: de aanpak is in twee opzichten integraal; het probleem wordt structureel aangepakt en leidt tot attitudeverandering. Hieronder een uitwerking.

1 De aanpak is in twee opzichten integraal
De aanpak van homofobie is in twee opzichten integraal.
Enerzijds door het betrekken van alle partijen bij de aanpak ervan, mijn vijfsporenaanpak van homohaat, welke aanpak ook van toepassing is op alle andere vormen van geweld, zoals pesten op school, pesten op het werk, kindermishandeling, seksueel misbruik, vrouwenmishandeling, seksuele intimidatie, huiselijk geweld en vreemdelingenhaat. Zoals bij al deze vormen sprake is van vijf partijen en drie psychologische mechanismen, is daarvan ook bij homohaat als volgt sprake: de zwijgende middengroep (de rest van de klas), bestaande uit vijf subgroepen; de dader/pleger; de leerkracht/docent die wel signalen opvangt, maar ze niet ernstig genoeg acht; ouders die niet duidelijk stelling nemen of hun eigen vooroordelen hebben; en het slachtoffer of de slachtoffers. En de drie psychologische mechanismen zijn: 'de samenzwering om te zwijgen'; het omstandersdilemma en de neiging om het slachtoffer van geweld (een gedeelte van) de schuld te geven, ook wel blaming the victim genoemd.
Anderzijds door homohaat te zien als onderdeel van geweld. In het verklaringsmodel van geweld zoals opgenomen in School en geweld, oorzaken en aanpak (van der Meer, 2000), kan homohaat worden geplaatst onder 'geweld tegen de ander'.

2 Het probleem wordt structureel aangepakt
De tweede eis is dat homohaat structureel wordt aangepakt. Als volgt.
Als mensen - of dat nu klussers in huis, scholen, leidinggevenden in bedrijven, politici, ministers of regeringen zijn - met problemen worden geconfronteerd, worden ze in eerste instantie vaak ontkend; als ze niet meer ontkend kunnen worden, worden ze vervolgens ad hoc aangepakt; als ook dat de problemen niet oplost, wordt een noodverband aangebracht; en, als ook dat niet meer toereikend is, analyseert men het probleem wel, maar meestal onvolledig.
Aangezien in elk stadium niet, niet-planmatig of planmatig wordt gesignaleerd, geanalyseerd, plannen worden opgezet en uitgevoerd, geëvalueerd, beschikken we over een methode om onderwijs- en andere problemen zoals kindermishandeling, seksueel misbruik en vrouwenmishandeling, efficiënt aan te pakken en op te lossen: signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren.
Omdat deze methode de kenmerken van de wetenschappelijke methode vertoont, houdt dit in dat we met de trits signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren, beschikken over een toepassing van de wetenschappelijke methode op concrete onderwijs- en andere problemen, om welke reden het efficiënter lijkt (toekomstige) directieleden en leerkrachten basis- en voortgezet onderwijs deze methode te leren toepassen dan hen op te zadelen met de aanpak van afzonderlijke of telkens nieuwe onderwijs- of andere problemen.
Wanneer deze methodiek wordt toegepast op homohaat, is het zaak om, in navolging van en identiek aan de website www.pesten.net, een nieuwe website te maken waarop - onder daarbij behorende nummers - alle producten op deze vier gebieden geplaatst worden.

3 De aanpak leidt tot attitudeverandering
En de laatste eis is dat activiteiten om homohaat te stoppen zouden moeten leiden tot attitudeverandering.
Aangezien een attitude bestaat uit drie componenten, de bovenste drie knoppen van de toekomstige site; en voor een blijvende attitudeverandering drie strategieën moeten worden toegepast, de onderste drie knoppen van de site, zijn onder deze zes knoppen de daarbij behorende producten te plaatsen, met behulp waarvan niet alleen alle achtergrondinformatie over homohaat kan worden verzameld en gerubriceerd, adviezen kunnen worden gegeven over een goede aanpak, maar ook lacunes in producten, activiteiten en beleid kunnen worden blootgelegd.

Mutatis mutandis geldt het bovenstaande voor alle hierboven genoemde onderwijs- en andere problemen.

Bronnen
Meer, B. van der (1993). De Probleemaanpak. Nijmegen: Berkhout B.V.
Meer, B. van der (2000). School en geweld, oorzaken en aanpak. Assen: Van Gorcum.
Meer, B. van der (2011). Geweld als (onderwijs)probleem. Dit boek is gratis te downloaden van de website www.pesten.net. Als men de rubriek Gratis (dik gedrukt, in het midden van de website www.pesten.net) aanklikt, komt men op een nieuw veld, met daarop onder andere een samenvatting van dit boek en het boek zelf. Wanneer men er op gaat staat en Afdrukken (rechts boven) tweee keer aanklikt, wordt de tekst geprint. Goedkoper is het echter om het boek te downloaden en het op het beveiligde intranet van de school te plaatsen, waarvandaan het niet kan worden gedownload. Als iedere docent/leerkracht dit uitprint wordt het een kostbare zaak. daarom het advies het niet mogelijk te maken het te printen.

Copyright
Bovenstaande ideeën en uitwerkingen zijn als mijn geestelijk eigendom, onder nummer 1017872, vastgelegd bij de Afdeling Registratie van de Belastingdienst Oost.Brabant/kantoor Den Bosch.

006 Brief aan het COC over een structurele aanpak van homofobie
COC Nederland
Postbus 3836
1001 AP Amsterdam

Onderwerp: Homofobie
Datum      : 11-04-2011

Geacht Bestuur,

Een paar dagen geleden werd in de pers weer eens aandacht besteed aan homofobie op Nederlandse scholen en de aanpak ervan. Dat het probleem nog steeds niet is opgelost heeft te maken met een ontoereikende aanpak.
Op mijn website www.pesten.net geef ik, op de homepage, onder het kopje Homoseksualitiet en -fobie, mogelijke oorzaken hiervoor en schets een mogelijke aanpak.
Graag licht ik deze aanpak in een gesprek toe.
Met vriendelijke groeten,

Bob van der Meer
Psycholoog
E2V2
073-5217753/06-20406009
www.pesten.net
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Commentaar
Op deze brief heb ik nooit antwoord gekregen (datum: 12-02-2013).

007 Mail van een leerling, derde klas voortgezet onderwijs
Hiern volgt de inhoud van een mail die een leelrling van een derde klas voortggezet onderwijs stuurde.
'Hallo, ik mail u over de site van pesten.
Toen ik deze site las leek het net of ik die site zelf gemaakt had. ik herkende veel dingen.
Ik wil u graag mijn ellende van de afgelopen en waarschijnlijk de komende maanden vertellen en hoop dat u me kunt herlpen.
Het begon allemaal in november in de derde klas.
Het was net herfstvakantie geweest en alles liep gewoon zijn gangetje. Op donderdag hadden we een tussenuur en ik liep naar de fietsenstalling om mijn fiets te pakken, want ik wilde thuis even wat eten.
Een jongen schold me uit voor homo en dat was het begin van een nieuw leven.

Gebroken en peinzend reed ik naar huis omdat ik geen reden kon bedenken waarom ik nu voor homo uitgeschoelden zou worden. Misschien omdat ik in de pauzes bij meisjes sta en in de tweede klas ook veel met meiden optrok en er vind ik zelf verwijfd door raakte.
Hier kwam ik wel weer bovenop, maar het raakte me wel. De volgende dag bij een leswisseling schold dezelfde jongen me weer uit voor homo en de jongens achter hem riepen mijn naam. De jongens kwamen uit de klas waar mijn vriendin van me ook bij zat.
Ik dacht laat ik het in de pauze maar aan haar vragen wat die jongens nou bedoelen. Voordat ik ook maar iets aan haar kon vragen begon een andere vriendin vanme meteen "Jacon, waarom zegt iedereen dat je een homo bent? "Nou werd het heeeel stil bij me van binnen.
De hele pauze deed ik niets anders dan vragen wat er allemaal gezekgd werd. Ze vonden het wel erg voor me maar ik kreeg niet de indruk als ik erop terugkijk dat hun er nou erg wakker van zouden liggen. ik zag lettelijk en figuurlijk voor me hoe de verse roddel door de school ging. Er werd gezegd dat ik op leraar uit de vorige klas was en dat ik twee vrienden uit de vorige klas van me wel lekker vond. Een van die vrienden hoorde dat en deed net alsof hij het slachtoffer van de situatie was geworden.
Een vriendin van me kreeg de schuld hiervan omdat zij blijkbaar had gezegd dat ik homo was. Ik verdedigde die vriendin natuurlijk, maar toen ik hier over nadacht kon ik niemand meer vertrouwen. Gebroken en met ingehouden tranen kwam ik thuis. Ik had steun nodig van andere mensen dus ging ik op msn. toen kreeg ik alleen maar te horen dat dat ze hadden gehoord dat ik homo was. Ik voelde me zinken als een baksteen. Dat je kramp krijgt in de zee en alleen nog maar kan wachten om te sterven.
Het weekeend had eigenlijk leuk moeten worden. Mijn oom en tante uit Amsterdam kwamen voor de eerste keer logeren en we hadden leuke dingen gedaan. Helaas stond mijn hoofd daar niet naar. Mijn moeder kon ook alleen aar zeuren over dat er met pen op mijn jas was gekalkt. en toen kwam de maandag. Het tweede en derde uur had ik wiskunde in een lokaal waar je zo naar binnen kunt kijken wat het eerst opvalt. Aan de rechterkant hadden kinderen les die me ook uitscholden voor homo. Ik was zo doodsbang, ik verbergde me achter mijn capuchon.
In de pauzes zat ik maar in de studieruimtes en in de grote pauze ging ik naar huis. Ik voelde me ook verraden door mijn vriendinnen. Na een paar weken kwamen ze er pas mee dat ze vonden dat ik maar weinig bij hun was.
In mijn klas hoorde iemand ook van het gerucht en voor de grap begonnen  de jongens lullige opmerkingen te maken. Ik barstte in tranen uit. Gelukkig doen ze het nu niet meer.
Als ik het woord homo alleen al hoor voel ik me aangevallen en ik weet me geen houding te geven, ik ben erg met mezelf gaan leven en mijn vriendinnen aan de kant gezet.
Soms maakte ik in de kleine pauzes even een fietstochtje en reed zo langzaam mogelijk zodat als de bel ging weer op tijd zou zijn. Elek vrijdag in november en december ging ik met een rotgevoel naar huis. Ik voelde enige haat maar voel me niet sterk genoeg om die te uiten.
Ook ben ik er erg gevoelig door geworden als de leerkrachten iets tegen me zeggen, dan maak ik daar gelijk een probleem van. Rond half november kwam ik met het besluit mezelf te veranderen in de kerstvakantie, zodat ik wat stoerder en zelfverzekerder over zou komen en in de hoop dat niemand me meer zou herkennen. Helaas viel dat tegen en van innerlijk ben ik nog hetzelfde.

Naar een andere school wilde en wil ik erg graag maar daar zullen ze me ook wel weer pesten en zal ik ook geen vrienden kunnen maken.

Ik heb eeb keer hulp gezocht bij de rector die er wat aan zou doen en toen die vertelde dat de pestkoppen hadden gezegd dat ze er wel mee zouden stoppen, hoorde ik wel enige twijfel in zijn stem en hij zei meteen dat als het nog is zou gebeuren ik meteen naar hem moest satappen, Ik was meteen in de wolken en zo gelukkig, ik dacht er verlost van te zijn. Mijn vriendinnen vertelden dat ze er ook niks meer van gehoord hadden. Ik was zo helemaal gelukkig. Ik was de hele donderdagmiddag gelukkig.
Maar toen vrijdag moesten we naar de kerk van school voor de kerstvakantie en deden ze het gewoon opnieuw.
dit heeft de hele kerstvakantie een litteken achtergelaten. Ik word ook gek van al die nachtmerries die ik heb waar ik mijn angst en haat laat zien. Nu heb ik een soort angstkwaaltjes dat ik een soort va binnen begin te bibberen. Op de eerste schooldag was ik ook vrij verlegen tegen de kinderen op school. Ik voel een soort aan dat er over mijn nieuwe uiterlijk gelachen en geroddeld werd.
November en december zijn meestal voor mij de mooiste maanden van het jaar, die blijf ik me altijd herinneren en het is zo gezellig. Maar nu. Als ik liedjes hoor die rond die tijd in waren of films die ik toen keek barst ik al bijna in huilen uit alsof er wat emotie vij is blijven hangen.
Zou u me alstublieft terug willen mailen. Alvast bedankt.

 
© 2017 Bob van der Meer