Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Beleidsplan psychosociale veiligheid basisonderwijs | Afdrukken |  E-mail
Beleidsplan Psychosociale Veiligheid
Basisonderwijs
c Bob van der Meer

Vooraf
In de tekst worden nummers genoemd. Zij verwijzen naar nummers die op de website www.pesten.net zijn geplaatst en ook zijn te vinden in de rubriek Producten op de site.

Ongewenste omgangsvormen 
Binnen school is er sprake van drie geledingen: docenten, leerlingen en ouders.
Dit houdt in dat er sprake kan zijn van ongewenste omgangsvormen tussen:
  • - leerlingen onderling; 
  • - leerlingen en leerkrachten; 
  • - leerkrachten en leerlingen; 
  • - personeel onderling; 
  • - school en ouders en 
  • - tussen ouders en school. 

Omdat het voor een goed beleidsplan psychosociale veiligheid nuttig is om te weten of en in hoeverre sprake is van ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende geledingen, is een enquête ontwikkeld die tijdens een studiedagdeel wordt afgenomen (rubriek Aanbod op de homepage). Deze gegevens zijn op te vatten als een nulmeting. De resultaten worden verwerkt waarna ze, met de cijfertoekenningen en de oplossingen, tijdens een tweede studiedagdeel worden gepresenteerd. Nadat gedurende een jaar activiteiten zijn uitgevoerd om de psychosociale veiligheid te verbeteren, kan een verkorte versie van de enquête worden afgenomen. Dit is een nameting, al dan niet gevolgd door een of meer verbeteractiviteiten.

Ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen
Pesten tussen leerlingen als start

Aangezien de meest voorkomende ongewenste omgangsvorm bij leerlingen pesten is, pesten tussen leerlingen minder bedreigende problemen dan slechte relaties tussen ouders en school of tussen school en ouders zijn, is pesten tussen leerlingen als start gekozen om een school veilig(er) te maken.

De partijen nu bij pesten tussen leerlingen zijn: 
  • - de zwijgende middengroep (de rest van de klas), bestaande uit vijf subgroepen: leerlingen die mee pesten uit angst; leerlingen die niet mee pesten uit angst, maar uit berekening; degenen die niet mee pesten, maar ook geen duidelijk stelling nemen; de enkeling die niet ziet dat er wordt gepest en de enkeling, met een hoge status in de groep, die het af en toe voor het slachtoffer opneemt);
  • - pester;
  • - leerkracht;
  • - ouder;
  • - gepeste.
Wil men derhalve pesten aanpakken, dan is een vijfsporenaanpak  van het probleem noodzakelijk. Als volgt.

1 Het mobiliseren van de zwijgende middengroep
Het mobiliseren van de zwijgende middengroep heeft als eerste doel ongewenste omgangsvormen tussen de leerlingen onderling – zoveel als mogelijk – te voorkomen. En als tweede doel: leerlingen verantwoordelijk voor elkaar of elkaars psychosociale veiligheid maken.
De zwijgende middengroep wordt gemobiliseerd door voor de leerlingen van groepen 1-3 de regels en pictogrammen van de Fiep Westendorp Foundation (FWF) aan te vragen en toe te passen. Wanneer men op de homepage van www.pesten.net het logo van de FWF aanklikt, komt men op een nieuwe pagina, met daarop onder andere de bestelwijze. De leerlingen van groepen 4-8 krijgen de opdracht samen een aantal omgangsregels vast te stellen. De methode hiertoe staat beschreven in nummer 100.
Daarop volgende begeleidingsactiviteiten zijn:
  • - De niet-confronterende methode, Allans aanpak: nummer 025.
  • - De niet-confronterende methode, een gedeelte van een les Lichamelijke opvoeding: nummer 026.
  • - De niet-confronterende methode, een tekenopdracht over kindermishandeling: nummer 027.
  • - De niet-confronterende methode, Stanfords methode: nummer 028.
  • - Lezen van boeken over anders zijn, pesten: nummer 030.
  • - Een rollenspel over buitensluiten: nummer 057.
  • - Een preventieve methode, aandacht voor samenwerking: nummer 043.
  • - Een preventieve methode, aandacht voor geldingsdrang en agressiviteit: nummer 044.
  • - Een preventieve methode, aandacht voor anonimiteit: nummer 045. 
  • - Een rollenspel over buitensluiten: nummer 057.
  • - Een spreekbeurt over (de gevolgen van) pesten: nummer 127.
  • - Ook kan gedacht worden aan het besteden van aandacht aan de fasen die iedere groep, die noodgedwongen bij elkaar zit, doormaakt: nummer 129.
  • - Tot slot is het van belang weet te hebben van de vele psychologische mechanismen waarvan sprake is van geweld en van groepsdynamische processen. Informatie hierover zal binnenkort onder de knop empirisch-rationele strategie worden geplaatst.

Ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen onderling
Uit de enquête zijn geen/de volgende ongewenste omgangsvormen tussen de leerlingen onderling naar voren gekomen:
-
-
-
Het cijfer was:

........
Hiervoor Zijn de volgende oplossingen bedacht:
-
-
-

Ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen en leerkrachten
Uit de enquête zijn geen/de volgende ongewenste omgangsvormen van leerlingen naar leerkrachten en andere volwassenen naar voren gekomen:
-
-
-
Het cijfer was: 

……………

Hiervoor zijn de volgende oplossingen bedacht:
-
-
-

Ongewenste omgangsvormen tussen leerkrachten en leerlingen

Uit de enquête zijn geen/de volgende ongewenste omgangsvormen tussen leerkrachten en leerlingen baar voren gekomen:
-
-
-
Het cijfer was:

……………

Hiervoor zijn de volgende oplossingen bedacht:
-
-
-

Ongewenste omgangsvormen tussen het personeel

Uit de enquête zijn geen/de volgende ongewenste omgangsvormen tussen het personeel naar voren gekomen:
-
-
-
Het cijfer was:

……………

Hiervoor zijn de volgende oplossingen bedacht:
  • - Een workshop over pesten op het werk en de aanpak ervan (rubriek Werk op de homepage van de site).
  • - Als resultaat van dit dagdeel spreekt het personeel een aantal gedrags- en omgangsregels met elkaar af, welke afspraken regelmatig aan de orde worden gesteld en gecontroleerd.
  • - Op het intranet van het team worden bij Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ingediende vragen geanonimiseerd beantwoord, zodat er een poule van relevante vragen en antwoorden ontstaat.
  • - Voor een aantal onlangs verschenen artikelen over pesten op het werk wordt verwezen naar nummers 031, 034 en 035 van de rubriek Nieuws.
  • - Onder Evaluatie is een aantal evaluaties over pesten op het werk opgenomen; onder CV Bedrijfsleven de werkwijze op dit onderwerp en in paragraaf 3.2 van School en geweld, oorzaken en aanpak, een verslag van deze aanpak op een school voor basisonderwijs.

Ongewenste omgangsvormen tussen school en ouders

Uit de enquête zijn geen/de volgende ongewenste omgangsvormen tussen school en ouders naar voren gekomen:
-
-
-

Het cijfer was:

……………

Hiervoor hebben we de volgende oplossingen bedacht:
-
-
-

Ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school

Uit de enquête zijn geen/de volgende ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school naar voren gekomen:
-
-
-

Het cijfer was:

……………

Hiervoor hebben we de volgende oplossing(en) bedacht:
- Overzicht van de in de enquête genoemde mogelijke oplossingen voor de geconstateerde ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school.
- In nummer 160 een overzicht van mogelijke oplossingen voor de geconstateerde ongewenste omgangsvormen van ouders ten opzichte van de school.
- Informatie over dit onderwerp is, onder de nummers 032 en 036, in de rubriek Nieuws, opgenomen.

Algemeen
- Om na te gaan of de oplossingen effect hebben gehad is nummer 220 voorhanden.

2 Hulp aan de pester
Twee opmerkingen vooraf.
1 De hulp aan de pester is in veel antipestprotocollen onderbelicht, onduidelijk of afwezig. Wanneer een leerling, ondanks de met elkaar gemaakte afspraken, toch pest, voert de leerkracht in eerste instantie met de pester korte gesprekken. Wanneer echter blijkt dat het pesten blijft doorgaan, hebben dit soort gesprekken weinig zin (meer) en start de hulp aan de pester: nummer 059.
2 De schoolleiding mag van de door alle schoolgeledingen vastgestelde procedure in de hulp aan de pester van deze procedure afwijken. Dit doet zij op grond van recidive van de pester, de zwaarte van de pestsituatie, de gevolgen voor het slachtoffer, de goede naam van de school en andere mogelijke oorzaken.

Mogelijke activiteiten zijn:
- De aanpak van cyberpesten.
- Aanpak van pesten, de niet-confronterende methode, een gedeelte van een les Lichamelijke Opvoeding: nummer 026. In dit lesdeel ervaart de pester aan den lijve wat het is om buitengesloten te worden.
- Overzicht van lees- en voorleesboeken over pesten voor leerlingen van groep 1 basisonderwijs t/m klas 3 voortgezet onderwijs: nummer 029. Aan de pester kan de opdracht worden gegeven om (een gedeelte van een) boek over pesten te lezen.
- Straffenoverzicht: nummer 030. Dit overzicht werd door leerkrachten basis- en voortgezet gemaakt.
- Wanneer een leerling blijft pesten, voert de leerkracht eerst gesprekken, eerst met pester.
- Wanneer echter blijkt dat de pester blijft pesten, hebben dit soort gesprekken geen zin (meer) en start de hulp aan de pester: nummer 059.
- Gesprek met de pester: nummer 032.
- Tien mogelijke oorzaken waarom kinderen een grote kans lopen pester te worden: nummer 033. De leerkracht licht de redenen toe waarom leerlingen andere leerlingen pesten. Het doel hiervan is om leerlingen inzicht te geven in mogelijke oorzaken.
- Rollenspel Carmen als zondebok: nummer 057. In dit rollenspel ervaren leerlingen aan den lijve wat het is om pester, lid van de zwijgende middengroep of slachtoffer te zijn. Ook wordt hen de mogelijkheid geboden oplossingen te genereren.
- Hatemail, sms-terreur, schelden via Messenger: nummer 075.
- CD-Rom Signaleringsinstrument Risicoleerlingen: nummer 098. Het SIR stelt ook vragen die betrekking hebben op agressie, geweld, pesten, impulsiviteit.
- Brochure Signaleringsinstrument Risicoleerlingen, achtergronden en verantwoording: nummer 099. 
- Spreekbeurt over pesten: nummer 127. Om het empathisch vermogen van notoire pesters te vergroten, kan hen de opdracht worden gegeven een spreekbeurt over pesten te houden of er een paper over te schrijven.

3 Achtergrondinformatie voor leerkrachten
Het team wordt als volgt geprofessionaliseerd: nummer 058.
- De bedoeling is dat op de site dia’s met uitleg worden geplaatst, zodat iedereen die toegang heeft tot de site of krijgt zichzelf kan inwerken op (de oplossing van het) probleem: nummers 250-300.
- Leerkrachten kunnen zichzelf nu al professionaliseren door de nummers onder de knop Cognitieve component (86 documenten) te bestuderen en, als dat nog niet mogelijk is, artikelen hierover op het intranet van de school te lezen. Nummers 128 t/m 150 zijn artikelen over (een aanpak van) pesten.
Daarnaast dienen leerkrachten kennis te hebben van of te beschikken over:
- Signalen van pesten: nummer 012.
- Directe signaleringsmogelijkheden: nummer 013.
- Indirecte signaleringsmogelijkheden: nummer 014, waaronder
. Focused interview: nummer 034.
. CD-Rom Sociogrammethode: nummer 096.
. Brochure Sociogrammethode, adviezen voor afname en begeleiding: nummer 097.

4 Achtergrondinformatie voor ouders
De ouders worden/zijn als volgt geprofessionaliseerd:

Een lezing voor ouders: 
- Convocatietekst voor ouders basisonderwijs: nummer 095.
- Mogelijke inhouden van een lezing voor ouders basis- en voortgezet onderwijs: nummer 223.

Columns
- Opname van een aantal columns over pesten in het Ouderblad/Nieuwsbrief: nummers 224, 225, 226 en 227. 
- Opname van een aantal door ouders veel gestelde vragen over pesten en de antwoorden op het intranet van de school. Zie voor een overzicht van deze faqs: de rubriek Producten op de homepage.
- Ouders attenderen op de rubriek Ouders en mail 1 t/m 4 en, in de rubriek Gratis:  Adviezen aan ouders van pesters, aan ouders van gepeste kinderen en aan ouders van de rest van de klas.

5 Hulp aan de gepeste leerling
- Elk kind loopt een kans gepest te worden. Echter, sommige kinderen lopen een grotere kans. Het zijn kinderen die anders, in de buurt, gevoelig en in andere situaties zondebok (geweest) zijn: nummer 040.
- Leerlingen in het basisonderwijs vertellen het in 64% van de gevallen niet aan hun ouders dat ze gepest worden: nummer 172.
- Om er achter te komen of ze gepest worden zijn signalen: nummer 012; indirecte signaleringsmogelijkheden: nummer 013; directe signaleringsmogelijkheden: nummer 014, waaronder het focused interview: nummer 034, de cd-rom Sociogrammethode: nummer 096 en de brochure Sociogrammethode, adviezen voor afname en begeleiding: nummer 097, voorhanden.
- De gevolgen van hun stilzwijgen is in bijna alle gevallen negatief: nummers 003, 011, 063; mail 1 t/m 4 van de rubriek Ouders en nummers 038, 053, 054 en 055.
- Leerlingen die gedurende lange(re) tijd zijn gepest worden passief, het grootste aantal, of provocerend: nummer 130. Kenmerken van de passieve zondebok zijn: ze huilen makkelijk, hebben vaak geen vrienden of vriendinnen in de groep, kijken andere kinderen niet aan, voelen zich stom en onaantrekkelijk en zijn eenzaam. De kenmerken van de provocerende zondebok zijn: ze zijn angstig én agressief en vertonen irritant gedrag. Het lijkt hierbij alsof ze het pesten zelf uitlokken. Hen is echter het recht ontzegd om op normale manier met leeftijdgenoten om te gaan. Omdat zij zich door hun lichaamstaal ‘verraden’, hebben deze leerlingen professionele hulp nodig. In deze gevallen is het advies aan de ouders om contact op te nemen met de huisarts, die daarop gewoonlijk de GGD inschakelt om hem of haar te plaatsen op een sova-cursus.
Deze cursus is echter zinloos als daarnaast de zwijgende middengroep niet wordt gemobiliseerd; de pester geen hulp wordt geboden; de leerkrachten en de ouders niet worden geprofessionaliseerd; er geen – door alle schoolgeledingen aanvaard – beleid is gemaakt en de lichaamstaal van de gepeste leerlingen niet wordt veranderd, allen eisen die aan trainers van de ingeschakelde GGD of andere organisaties gesteld en gehonoreerd dienen te worden.
Voor een goed inzicht in de kwalijke kanten van dit soort sociale vaardigheidstrainingen wordt verwezen naar mail 1 van de rubriek Ouders op www.pesten.net. Voor een overzicht van wetenschappelijk onderzochte sociale vaardigheidstrainingen het kopje Sovatrainingen op de homepage. 

De hulp aan het gepeste kind is als volgt georganiseerd:
-
-
-
-
-
-
-
Sociale vaardigheidstraining voor alle leerlingen
Er kan een onderscheid worden gemaakt in drie soorten sociale vaardigheidstrainingen: een training voor pesters, een training voor gepeste leerlingen en een training voor alle leerlingen. De eerste twee trainingen hebben alleen te maken met het pestprobleem. De laatste training is niet pest-gerelateerd, maar algemeen. Hiervoor maakt de school gebruik van de methode……………………….

Calamiteiten en –plannen
Tot slot de behandeling van de overgebleven calamiteiten uit het onderste gedeelte van het verklaringsmodel van geweld, te weten: geweld tegen zichzelf, direct geweld tegen school, indirect geweld tegen school en geweld tegen de maatschappij. In nummer 228 treft men slechts een overzicht van trefwoorden aan die betrekking hebben op de calamiteiten in dit verband. De bedoeling is dat scholen nagaan voor welke calamiteiten zij reeds een plan hebben en op zoek gaan naar door andere scholen reeds uitgewerkte plannen. In al deze gevallen is het zaak een sociale kaart van externe hulpverleners (de derde lijn) samen te stellen en een hulpverleningsnetwerk op te richten zodat zij direct kunnen worden ingeschakeld bij calamiteiten. Voor een groot aantal calamiteiten zijn (de) telefoonnummers en de namen van de contactpersonen al voldoende, namelijk die van de vertrouwensinspecteurs (0900-1113111), politie, GGD en AMK. 

Vervolgactiviteiten
- De directie biedt het conceptbeleidsplan  aan het bevoegd gezag/bestuur, de MR, de oudervereniging, het managementteam en het team ter beoordeling aan. Hen wordt de mogelijkheid geboden om, voorzien van argumenten, veranderingen voor te stellen. 
- De directie gaat, eveneens voorzien van argumenten – al dan niet – akkoord met de voorstellen tot verandering, waarna het beleid wordt vastgesteld, uitgevoerd en eens per jaar wordt geëvalueerd. 
- Het definitieve beleidsplan wordt niet op de schoolsite geplaatst. Een verkorte versie volstaat, waarin naar de corresponderende nummers op het intranet van de leerkrachten wordt verwezen. Dit om te voorkomen dat andere scholen, zonder daarmee intensief bezig te zijn geweest, klakkeloos en zonder enig besef van de implicaties van een goed beleid, goede beleidsplannen kopiëren en daarmee alle schoolgeledingen en de inspectie zand in de ogen strooien, zand dat ze hebben verzameld door de eigen straat schoon te vegen.
- Tot slot ontvangen de Inspectie en de Leerplichtambtenaar ter informatie een kopie van het plan. 














 
© 2017 Bob van der Meer