Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Een goede aanpak van pesten: drie eisen | Afdrukken |  E-mail
Drie eisen voor een goede aanpak van pesten
Pesten op scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en roc’s

Bob van der Meer
E2V2, Rosmalen

Inleiding

Naar aanleiding van de recente zelfmoorden van Tim Ribberink en Fleur Bloemen zijn het ministerie van OCW en de Kinderombudsman druk op zoek naar een goede aanpak van pesten.
In 1995 waren de drie eisen voor een dergelijke aanpak echter al geformuleerd. De eisen waren: de aanpak is in twee opzichten integraal, is structureel van aard en leidt tot attitudeverandering. Hieronder een korte toelichting op deze drie eisen.

1 De aanpak is in twee opzichten integraal

De eerste eis is: de aanpak is in twee opzichten integraal.
Enerzijds door alle partijen (de zwijgende middengroep, de pester, het team, de ouder en de gepeste leerling) bij de aanpak van het probleem te betrekken, mijn vijfsporenaanpak van pesten.
Anderzijds door pesten te zien als geweld en het op deze manier onder te brengen binnen een verklaringsmodel van geweld. Bij dit model is het uitgangspunt het zondebokfenomeen of -mechanisme, het verschijnsel dat dier en mens slachtoffers (nodig) hebben. Dit verschijnsel is een groepsprobleem, aangetoond bij dier en mens. Bij dieren: bij apen, ratten, kippen en katten. Bij mensen is het aangetoond in het leger, tussen volwassenen binnen bedrijven en in seniorenwoningen, in inrichtingen en in scholen. Het is in de tweede plaats een maatschappelijk verschijnsel. Voorbeelden hiervan zijn: vrouwenmishandeling, huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel misbruik en seksuele intimidatie. En tot slot is het een verschijnsel van alle tijden. Voorbeelden hiervan zijn: de Joden-, homo- en heksenvervolging.
Binnen dit model is pesten ondergebracht onder 'geweld tegen de ander'. Geweld tegen de ander binnen de schoolsituatie betreft dan het geweld of alle mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen onderling; tussen leerlingen en leerkrachten; leerkrachten en leerlingen; personeel onderling; school en ouders en tussen ouders en school. 
Om erachter te komen welke ongewenste omgangsvormen tussen deze geledingen mogelijkerwijs plaatsvinden, is het afnemen van een, door mij ontwikkelde en in pilotprojecten toegepaste, eenvoudige enquête, een goed middel. De resultaten op deze enquête kunnen worden gebruikt als een voormeting voor onderzoek naar de effecten van daarna uitgevoerde activiteiten om de school veilig(er) te maken.
Omdat dit een methode vooronderstelt, met behulp waarvan scholen zelf onderzoek kunnen uitvoeren, hieronder in paragraaf 2 een korte beschrijving van een dergelijke methode 

2 Het probleem wordt structureel aangepakt

De tweede eis is dat pesten structureel wordt aangepakt. Als volgt.
Wanneer mensen - of dit nu klussers in huis, scholen, leidinggevenden in bedrijven, politici, kinderombudsmannen, staatssecretarissen, ministers of regeringen zijn – met problemen worden geconfronteerd, worden de problemen in eerste instantie vaak ontkend; als ze niet meer ontkend kunnen worden, pakt men de problemen ad hoc aan; als dat het probleem ook niet oplost, brengt men een noodverband aan; en, als ook dat niet meer toereikend is, analyseert men het probleem wel, maar meestal onvolledig. 
Aangezien in elk stadium niet, niet-planmatig of planmatig wordt gesignaleerd, geanalyseerd, plannen worden opgezet en uitgevoerd, geëvalueerd, beschikken we over een methode om onderwijsproblemen efficiënt aan te pakken en op te lossen, namelijk door de trits signaleren, analyseren, een plan opzetten en uitvoeren, evalueren. 
Omdat deze methode de kenmerken van de wetenschappelijke methode vertoont, houdt dit in dat we met de activiteiten signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren, beschikken over een toepassing van de wetenschappelijke methode op concrete onderwijsproblemen, om welke reden het efficiënter lijkt (toekomstige) directieleden en leerkrachten basisonderwijs, voortgezet onderwijs en roc’s deze methode te leren toepassen dan hen op te zadelen met de aanpak van afzonderlijke of telkens nieuwe onderwijs- en maatschappelijke problemen. Een dergelijke methode is voorhanden en beschreven in het boek Geweld als onderwijsprobleem, welk boek gebruikt zal worden binnen lerarenopleidingen en in workshops. De methode wordt in het boek toegelicht aan de hand van drie onderwijsproblemen: pesten, motivatieproblemen van leerlingen en geweld op en buiten school, in de maatschappij.
Ik heb derhalve geen antipest-methode ontwikkeld, maar een probleemoplossingsstrategie, met behulp waarvan scholen zelf in staat zijn hun eigen problemen aan te pakken en op te lossen en ook zelf in staat zijn onderzoek te doen naar de effecten van hun handelen. Hierdoor ben ik derhalve niet afhankelijk van de goedkeuring van een staatssecretaris, een kinderombudsman of een Jeugd Instituut, die zich dan overigens ook nog beperken tot slechts één onderwerp, namelijk pesten tussen leerlingen onderling, daarbij alle andere vormen van geweld of ongewenste omgangsvormen tussen ook andere schoolgeledingen buiten beschouwing latend. 

3 De aanpak leidt tot attitudeverandering

En de laatste eis is dat activiteiten om pesten te stoppen moeten resulteren in attitudeverandering. 
Een attitude nu bestaat uit drie componenten: de cognitieve (kennis)component, de emotioneel-affectieve component en de conatieve (wils- of streef)component, de bovenste drie knoppen op de website www.pesten.net. 
En voor een blijvende attitudeverandering is de toepassing van drie strategieën een noodzakelijke vereiste: de machts- of dwangstrategie, de normatief-heropvoedende strategie en de wetmatighedenstrategie, de onderste drie knoppen op deze site.
Een school nu die goed beleid wil maken op het gebied van de psychosociale veiligheid van alle geledingen, downloadt, van de rubriek Gratis, het Beleidsplan psychosociale veiligheid basisonderwijs, voortgezet onderwijs of roc. In de teksten van het plan worden nummers genoemd die betrekking hebben op de op de site geplaatste producten. Het enige wat nu nog moet gebeuren is dat de hierna genoemde negen onderwijsorganisaties zich uitspreken voor deze aanpak, die, het zij nogmaals gezegd, geen antipestmethode is, maar een strategie voor scholen, zonder hierbij afhankelijk te zijn van ondersteuners of onderzoekers, om hun eigen problemen zelfstandig op te lossen. De namen van de organisaties zijn: Algemene Onderwijsbond, Algemene Vereniging Schoolleiders, Beter Onderwijs Nederland, CNV Onderwijs, Federatie van Onderwijsvakorganisaties, MBO Raad, PO Raad, VO Raad en VOS/ABB. Zij allen hebben zich gekeerd tegen het verplicht stellen van welke antipest programma dan ook.

Tot slot

In mijn opvatting kan pesten niet worden opgelost door middel van een antipestproject of antipestmethode, ook niet door een sociale vaardigheidstraining die belooft ook pesten op te lossen en is pesten tussen leerlingen een te beperkt onderwerp om serieus genomen te worden. 
Wat mij voor ogen staat is een kader dat door scholen zelf wordt ingevuld. Scholen doen, door middel van de afname van een enquête, een voormeting over mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende schoolgeledingen, waaronder die tussen de leerlingen, kiezen hieruit het voor de school grootste probleem, destilleren uit de door het team genoemde oplossingen er een, passen dit consequent toe en evalueren na verloop van tijd op eenvoudige wijze of de investering heeft gerendeerd. Bij succes wordt een ander probleem aangepakt, bij uitblijven van resultaten wordt opnieuw een analyse uitgevoerd of een andere oplossing toegepast.
Dat een ongewenste omgangsvorm als pesten tussen leerlingen, hierbij een ‘prachtig’ startpunt is om een school werkelijk veiliger te maken en op welke manier dat te bewerkstelligen is, is te vinden in paragrafen 9 en 10 van mijn nieuwe boek Geweld als onderwijsprobleem.
Aangezien in dit boek een probleemoplossingsstrategie wordt ontvouwd die derhalve ook kan worden toegepast op andere geweldproblemen zoals geweld tegen zichzelf (internaliserende gedragsproblemen), direct en indirect geweld tegen school en geweld tegen de maatschappij, in de vorm van criminaliteit (externaliserende gedragsproblemen); maatschappelijke problemen als discriminatie, huiselijk geweld, vrouwenmishandeling, homofobie, kindermishandeling, seksueel misbruik en seksuele intimidatie en problemen van alle tijden als Joden- en homovervolging, begrijp ik niet waarom het ministerie van OCW en de Kinderombudsman zich niet hebben verdiept in deze aanpak die, het zij nog eens gezegd, al in 1995 in de drie onderstaande publicaties was neergelegd.

Bronnen

Meer, B. van der (1991-1). Het zondebokfenomeen op school. In: Gelukkig op school? Emotionele stoornissen en het functioneren op school, onder redactie van: A. Collot d’Escury-Koenigs, T. Engelen-Snaterse & J. Tijhuis. Lisse: Swets en Zeitlinger, pp. 20-29.
In dit artikel is de eis van een integrale aanpak in twee opzichten uitgewerkt.

Meer, B. van der (1993-4). De Probleemaanpak. Nijmegen: Berkhout BV.
In dit boek is de structurele aanpak in al zijn finesses te vinden.

Meer, B. van der (1995-2). Attitudeverandering door middel van pestprojecten. In: Sociale vaardigheidstraining voor kinderen, indicaties, effecten, knelpunten, onder redactie van: A. Collot d’Escury-Koenigs, T. Engelen-Snaterse & E. Mackaay-Cramer. Lisse: Swets en Zeitlinger, pp. 263-274.
En in deze bijdrage een uitwerking van de eis van attitudeverandering.

c  Bob van der Meer
E2V2
p/a Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
073-5217753/06-20406009
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
www.pesten.net
www.expertisecentrumgeweld.nl

 
© 2017 Bob van der Meer