Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Reactie rapport Caroline Dijkman | Afdrukken |  E-mail
Reactie op het rapport van de commissie die werd ingesteld naar aanleiding van de zelfmoord vanwege pesten door haar collega’s van Caroline Dijkman, docente biologie-verzorging aan het Sint Maartenscollege in Maastricht

Drs. B. van der Meer
Psycholoog

Inleiding 

Naar aanleiding van de zelfmoord in augustus 2015 van Caroline Dijkman, docente biologie-verzorging aan het Sint Maartenscollege in Maastricht, die door haar collega’s was gepest, besloot het bestuur van Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), waaronder het Sint Maartenscollege valt, na consultatie met het ministerie van SZW en OVAL (duurzame inzetbaarheid), om prof. dr. W. van Rhenen (Business Universiteit Nyenrode, leerstoel  Engagement & Productivity, bedrijfsarts) aan te stellen als voorzitter van haar externe onderzoekscommissie. Prof. dr. Van Rhenen op zijn beurt zocht de vier, in citaat 1 genoemde, leden aan, waaronder prof. dr. René Veenstra. 

De opdracht aan de commissie was: Beantwoord, aan de hand van zeven deelvragen, de volgende hoofdvraag: Hoe heeft de werkgever gereageerd op de situatie die sedert 2010-2011 ontstond rondom de persoon van Caroline Dijkman?

Nadat de onderzoekscommissie was ingesteld werd ik gebeld door haar voorzitter. De reden voor dit gesprek was als volgt. Op 06-01-2014 had Carolien Dijkman contact met mij opgenomen. Haar vraag was of ik kon aantonen dat datgene wat zij van haar collega’s had ondervonden pesten genoemd kon worden. De door mij ontwikkelde en in de rubriek Pesten op het werk, eerste kolom verticaal op de website www.pesten.net, nummer 004.3, opgenomen procedure, zette ik daarop in gang. Ik maakte de analyse, mailde deze – volgens afspraak – aan haar man Steven Schoevaart (Carolien kon er niet meer tegen geconfronteerd te worden met het probleem), waarna ik in augustus 2015 door Steven Schoevaart via een mail op de hoogte werd gesteld van het feit dat zijn vrouw een einde aan haar leven had gemaakt. Haar afscheidsbrief, waarin zij onder andere de namen van haar pesters noemde, stuurde ze naar de redacties van de Volkskrant en Limburgs Dagblad, op het einde van welke brief zij als eerste mijn naam noemde met wie de redacties contact mochten opnemen voor achtergrondinformatie dan wel toelichting. 

Op de uitnodiging van de voorzitter van bovengenoemde onderzoekscommissie voor een gesprek over de zelfmoord van Caroline Dijkman ging ik in eerste instantie in. Daaraan verbond ik echter de eis dat ik geen gesprek wenste te voeren met prof. dr. René Veenstra. Mijn argumenten voor deze weigering waren dat hij in de eerste plaats geen aanwijsbare expertise bezat op het gebied van pesten tussen leerlingen op school, in de tweede plaats geen expertise bezat op het gebied van pesten op het werk en dat hij in de derde plaats een discutabele rol had gespeeld als voorzitter van de commissie die onderzoek had gedaan naar de zelfmoord vanwege pesten van Fleur Bloemen, een leerlinge van AOC Terra in Meppel. Dit verzoek werd ingewilligd. Een dag later mailde ik de voorzitter echter dat ik mijn toezegging voor een gesprek introk. De reden hiervoor wordt in commentaar 4 gegeven. 

De hierna te volgen werkwijze is: eerst een citaat uit het rapport, daarna een commentaar en tot slot een of meer  conclusies.

Citaat 1:
‘Na consultatie van het ministerie van SZW en OVAL (duurzame inzetbaarheid) is besloten om dr. Van Rhenen (Business University Nyenrode, leerstoel Engagement & Productivity, bedrijfsarts) aan te stellen als voorzitter van de externe onderzoekscommissie. Prof. dr. Van Rhenen heeft de volgende leden voor de onderzoekscommissie aangezocht:
- Drs. D. van Bennekom (oud-bestuurder Alliantie voortgezet onderwijs en oud-bestuurder VO-Raad).
- Dr. C. Bollen (psychiater, expertise preventie suïcide).
- Mr. P.C. Vas Nunes (expertise arbeidsrecht).
- Prof. dr. D.R. Veenstra (Rijksuniversiteit Groningen, leerstoel sociologie, expertise pesten).
 
Commentaar 1:
Omdat bij de leiding  van het Sint Maartenscollege en dus ook bij het bestuur van LVO bekend was dat Caroline Dijkman aan haar zelf gekozen vertrouwenspersoon Gerard Peters, en via hem aan haar leidinggevenden van het Sint Maartenscollege, had aangegeven dat ze werd gepest (1);  het Bestuur van LVO om die reden een klachtencommissie geformeerd had, die de opdracht kreeg na te gaan of en in hoeverre in haar situatie sprake was (geweest) van pesten, had de onderzoekscommissie, om niet alleen haar opdracht goed uit te kunnen voeren, maar ook om adequate adviezen te kunnen geven ter voorkoming van dit soort calamiteiten in de toekomst, ook een deskundige op het gebied van vertrouwenspersonen, klachtencommissies en klachtenprocedures in de commissie moeten opnemen. 
Dat de commissie dat niet heeft gedaan, is een onbegrijpelijke omissie, temeer daar de voorzitter van de Raad van Bestuur, André Postema, voordat de onderzoekscommissie naar de zelfmoord van Caroline Dijkman zou worden ingesteld, zich in een interview in het blad Schooljournaal  vertwijfeld had afgevraagd wat hij nog meer had kunnen of moeten doen om pesten tussen docenten te voorkomen (2). Hij formuleerde dit als volgt: “Waar ik moeite mee heb, is dat wij volgens mij in alles voldoen aan de professionele structuur die wij met  zijn allen, deels vanuit de wetgeving, deels vanuit de medezeggenschap, hebben voor dit soort situaties op scholen. Er is een vertrouwenspersoon, een bedrijfsarts, bedrijfs- en arbeidshulpverlening en een onafhankelijke klachtencommissie met een volwassen, eerlijke samenstelling. Door de schrijnendheid van Carolines dood raakt dit allemaal op de achtergrond. En dat terwijl de door haar ingeroepen pestdeskundige Bob van der Meer, volgens mij stelt dat het eerste wat moet worden gedaan om pesten op de werkvloer tegen te gaan is het aanstellen van een vertrouwenspersoon en onafhankelijke klachtencommissie. Om nou te zeggen dat hun bevindingen niet deugen (bedoeld worden de bevindingen van de onafhankelijke klachtencommissie, waaronder de constatering dat Caroline niet door haar collega’s was gepest, toevoeging bvdm) als de commissie in ons voordeel beslist, doet mij vertwijfeld afvragen wat dan wel genoeg is? Hoeveel onafhankelijke mediators hadden we dan moeten aanbieden?”

Conclusie 1:
Om aan haar opdracht te kunnen voldoen had de onderzoekscommissie een deskundige op het gebied van vertrouwenspersonen, klachtencommissies en klachtenprocedures in de commissie moeten opnemen. Een dergelijke deskundigheid was onmisbaar om niet alleen het pestprobleem van Caroline Dijkman te onderzoeken, maar ook - door middel van een goede analyse van deze zelfmoord - adviezen ter preventie van pesten en de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer, waaronder zelfmoord, te geven.
 
Citaat 2:
- Prof. dr. D.R. Veenstra (Rijksuniversiteit Groningen, leerstoel sociologie, expertise pesten).

Commentaar 2:
Alhoewel ten aanzien van prof. dr. D.R. Veenstra wordt gesteld dat hij deskundig is op het onderdeel pesten op het werk, moet in drie opzichten aan deze deskundigheid worden getwijfeld. Het eerste bewijs voor deze stelling is te vinden in de rubriek René Veenstra, vierde kolom verticaal op www.pesten.net. Het tweede bewijs in de rubriek Stichting Fleur Bloemen, derde kolom verticaal op deze site. En het derde bewijs: op de site van Rijksuniversiteit Groningen wordt (juli 2016) geen melding gemaakt van enige deskundigheid van Veenstra op het gebied van pesten op het werk.

Conclusie 2.1:
Alhoewel het College van Bestuur  van LVO naar aanleiding van de zelfmoord vanwege pesten door haar collega’s van Caroline Dijkman, docente biologie-verzorging van het Sint Maartenscollege in Maastricht, aan prof. dr. W. van Rhenen, als voorzitter van deze commissie, de opdracht had gegeven een commissie samen te stellen, met als opdracht ‘Hoe heeft de werkgever gereageerd op de situatie die sedert 2010-2011 ontstond rond de persoon van Caroline Dijkman?’, heeft het CvB van LVO nagelaten eisen te stellen aan de deskundigheid van de voornaamste deskundige binnen deze commissie: de deskundige op het gebied van pesten, dan wel heeft de voorzitter van de externe onderzoekscommissie, prof. dr. Van Rhenen, nagelaten onderzoek te doen naar de deskundigheid op het gebied van pesten van prof. dr. R. Veenstra.

Conclusie 2.2:
In de externe onderzoekscommissie die werd ingesteld naar aanleiding van de zelfmoord van Caroline Dijkman vanwege pesten door haar collega’s was geen van de leden deskundig op het gebied van pesten op het werk. Dit is niet alleen een volstrekt onbegrijpelijke, maar ook ontoelaatbare omissie.

Citaat 3:
‘Pesten is moeilijk te bewijzen’. 
 
Commentaar 3:
Sinds 2000 zijn twee methoden voorhanden, met behulp waarvan pesten onomstotelijk vast te stellen is. De eerste methode is beschreven in de rubriek Pesten op het werk, eerste kolom verticaal op www.pesten.net, nummer 002, Aanpak van het probleem. Deze methode wordt toegepast om binnen bedrijven en organisaties aan te tonen of en in hoeverre er wordt gepest (3). De tweede methode is eveneens te vinden in de rubriek Pesten op het werk, eerste kolom verticaal op www.pesten.net, nummer 004.3. Bij deze methode wordt voor op het werk gepeste individuen, met behulp van vijf objectieve instrumenten, pesten op het werk aangetoond (4). Deze methode heeft in twee zaken geleid tot een veroordeling door de rechter van de werkgever vanwege pesten; is de analyse in drie zaken, waaronder de Centrale Raad van Beroep, door de rechtbank geaccepteerd; heeft de werkgever, na een aanvankelijke weigering, geconfronteerd met de analyse, in twee gevallen direct geschikt en bevinden zes andere zaken zich nog onder de rechter. Informatie hierover is te vinden in de rubriek Pesten op het werk: analyses, derde kolom verticaal op www.pesten.net.

Conclusie 3:
De externe onderzoekscommissie geeft met haar stelling, dat pesten moeilijk te bewijzen is, aan dat ze volstrekt ondeskundig op het gebied van pesten op het werk is. Immers, sinds 2000 zijn twee succesvol gebleken methoden voorhanden die pesten op het werk onomstotelijk kunnen vaststellen.

Citaat 4:
‘Wanneer een werknemer aangeeft gepest te worden, is het van belang dat de leidinggevende naar oplossingen zoekt. Of er wel of niet daadwerkelijk gepest wordt, doet er in eerste instantie niet toe, aldus de onderzoekscommissie’. 

Commentaar 4:
Dit is onjuist: volgens artikel 658, BW, lid 1, is een werkgever verplicht aan zijn werknemers niet alleen fysieke veiligheid, maar ook, volgens een arrest van de Hoge Raad, psychische veiligheid te bieden (5). Een werkgever die dit nalaat pleegt volgens lid 1 een onrechtmatige daad. Daarnaast verplicht lid 2 een werkgever, wanneer een werknemer zijn werkgever op de hoogte stelt van het feit dat hij wordt gepest, te bewijzen dat daar geen sprake van is of is geweest (omgekeerde bewijslast). Zodra hij dit bewijs heeft geleverd, heeft de werknemer daarop de mogelijkheid contra-expertise aan te vragen, waarna de rechter kan of moet worden ingeschakeld om een oordeel te vellen over de twee bewijzen. Dat is ook de reden dat ik het gesprek met de voorzitter van de onderzoekscommissie cancelde. Had ik het gesprek gevoerd en had ik aan hem mijn bewijzen dat Caroline Dijkman was gepest overhandigd, was er, wanneer de commissie tot de conclusie was gekomen dat Caroline Dijkman niet door haar collega’s was gepest, geen mogelijkheid meer voor contra-expertise.

Conclusie 4:
De externe onderzoekscommissie, die was samengesteld naar aanleiding van de zelfmoord van Caroline Dijkman vanwege pesten door haar collega’s, geeft door de stelling ‘Wanneer een werknemer aangeeft gepest te worden, is het van belang dat de leidinggevende naar oplossingen zoekt. Of er wel of niet daadwerkelijk gepest wordt, doet er in eerste instantie niet toe, aldus de onderzoekscommissie’  wederom blijk van een totaal gemis aan deskundigheid op het gebied van pesten op het werk. Als het niet een zelfmoord had betroffen zou het nu komisch geworden zijn. Nu is het echter een morbide grap.

Citaat 5
Suïcide
‘De onderzoekscommissie geeft aan dat bij suïcide vaak niet precies vastgesteld kan worden wat de oorzaak is geweest. Suïcide wordt multicausaal veroorzaakt, waarbij het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is, retrospectief feitelijk vast te stellen wat de bijdrage tot suïcide is geweest van de verschillende aanwezige factoren’.

Commentaar 5.1:
In 1982 kwam in Noorwegen aandacht voor pesten op school op gang toen bleek dat drie leerlingen zich vanwege pesten van het leven hadden beroofd. En in 1985 kwam er aandacht voor pesten tussen leerlingen  op school in Japan op gang toen bleek dat zeven leerlingen zich vanwege pesten door klasgenoten van het leven hadden beroofd (6). Uit de afscheidsbrieven die de drie Noorse en de zeven Japanse leerlingen hadden achtergelaten, bleek dat ze dit hadden gedaan omdat ze gepest waren door hun klasgenoten. Alhoewel in die tijd een redacteur van het toenmalige Brandpunt mij in een interview een relatie probeerde te laten leggen tussen deze twee factoren, heb ik dit toen geweigerd. De reden hiervoor was dat deze relatie wetenschappelijk (nog) niet was aangetoond.
Het eerste mij bekende Nederlandse slachtoffer van pesten die suïcide pleegde was Lutsen Koetsier. Zijn strijd is beschreven in het boek Recht op een gaaf leven en geschreven door zijn ouders (7). Een overzicht van slachtoffers van pesten, die een einde aan hun leven maakten, is te vinden in de rubriek Zelfdoding, eerste kolom verticaal op www.pesten.net (8). De laatste mij bekende Nederlandse slachtoffers waren: Tim Ribberink, Fleur Bloemen en de zes andere leerlingen die de pers niet haalden. 
Deze relatie is intussen voor leerlingen bewezen. Immers, een meta-analyse, uitgevoerd door Universiteit Leiden, toont aan dat kinderen en adolescenten die gepest worden, eerder aan zelfdoding denken en eerder een zelfmoordpoging doen dan leeftijdgenoten die niet worden gepest (9). Er is derhalve bij kinderen en adolescenten sinds 2014 een verband tussen pesten en zelfmoord.

Commentaar 5.2:
In mijn verklaringsmodel van pesten op het werk (10) onderscheid ik voor het slachtoffer van pesten vijf manieren om met een pestsituatie om te gaan. De door de pestsituatie veroorzaakte frustratie wordt omgezet in agressie, welke agressie wordt omgezet in: 
- Geweld tegen de maatschappij. Gedacht kan worden aan het nemen van wraak, die niet noodzakelijkerwijs op de dader is gericht.
- Direct geweld tegen het bedrijf of organisatie. Voorbeelden: stelen of vernielen van bedrijfseigendommen.
 - Indirect geweld tegen het bedrijf of organisatie. Voorbeelden hiervan zijn: ziekteverzuim of intern ontslagname.
- Geweld tegen ‘de ander’, in de vorm van: een mindere in de rangorde tot zondebok uitkiezen.
- Geweld tegen zichzelf. Voorbeelden zijn: depressie, burn-out, alcoholmisbruik, drugsgebruik, psychosomatische klachten, post traumatisch stressstoornis en overwegingen of pogingen tot zelfmoord (11).
Voor welke manier of aantal manieren wordt gekozen is afhankelijk van een aantal interne en externe factoren (12).

Commentaar 5.3:
Alhoewel bij volwassenen, zoals wel bij leerlingen, wetenschappelijk (nog) geen relatie is vastgesteld tussen gepest worden en zelfmoord, zijn er voorbeelden te geven die deze relatie veronderstellen. Het zijn de meer dan 30 medewerkers van Télékom France die vanwege reorganisatie van de leiding zich van het leven beroofden (13), de Vlaamse postbeambte (14), Caroline Dijkman (15) en Arthur Gotlieb (16); schatte Popma, wetenschappelijk medewerker aan de UvA, in 2005 het aantal werk gerelateerde zelfmoorden op 100-250 per jaar, inclusief als gevolg van pesten op het werk (17) en stelde van den Bossche, medewerker van TNO Arbeidsmonitor, op basis van NEA-schattingen,  het aantal zelfdodingen vanwege pesten op 1 á 2 procent per 1000 werknemers. Dat houdt in dat bij 80 000 op het werk gepeste medewerkers, 80 tot 160 medewerkers zich vanwege pesten van het leven beroven (18).

Conclusie 5.1:
Zelfmoord vanwege pesten is een van de vele mogelijkheden waarover een slachtoffer van pesten beschikt. 

Conclusie 5.2:
Als een slachtoffer van pesten, zoals in het geval van Caroline Dijkman, heeft aangegeven dat het geen andere uitweg uit de pestsituatie zag dan een einde aan haar leven te maken, is het van een onderzoekscommissie die opdracht krijgt onderzoek naar haar pestsituatie en de door deze situatie veroorzaakte zelfmoord te doen, bijzonder arrogant om te stellen dat “bij suïcide vaak niet precies vastgesteld kan worden wat de oorzaak is geweest. Suïcide wordt multicausaal veroorzaakt, waarbij het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is, retrospectief feitelijk vast te stellen wat de bijdrage tot suïcide is geweest van de verschillende aanwezige factoren”. Het is niet alleen in hoge mate arrogant, maar ook zeer grievend naar Caroline Dijkman toe, die de wanhoopsdaad pleegde. 
Door deze opvatting van de onderzoekscommissie wordt Caroline Dijkman wederom niet serieus genomen: eerst niet door haar vakgroepsleider biologie-verzorging, daarna niet door een aantal collega’s in de vakgroep, weer later niet door haar leidinggevenden, weer later niet door de onafhankelijke klachtencommissie en weer later niet door de externe onderzoekscommissie. Zij had alles gedaan wat in haar vermogen lag, kreeg voortdurend nul op rekest en zag geen andere uitweg dan een einde aan haar leven maken. Als dat niet multicausaal is, wat dat wel?

Citaat 6:
“De inspanningen in het kader van de re-integratie (uitvoeren van de regeling Poortwachter) zijn destijds onvoldoende geweest. De belangrijkste oorzaken waren de mismatch tussen vraag naar en het aanbod van het mediationtraject en het onderhouden van de communicatie”. 

Commentaar 6:
In de tekst wordt als mogelijke oplossing voor het slachtoffer van pesten mediation genoemd. Mediation zou echter bij pesten op het werk nooit mogen worden toegepast. 
Om deze stelling toe te lichten volgt nu mijn sinds 1997 geformuleerde en voortdurend verbeterde definitie van pesten op het werk:
‘Pesten op het werk is structureel lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld door één of meer medewerkers ten opzichte van in de meeste gevallen één collega, die niet (meer) in staat is zichzelf te verdedigen. Het door de dader toegepaste geweld is intentioneel van aard. Het doel is het slachtoffer zodanig af te zwakken dat het wordt uitgeput, psychosomatische klachten, burn-out, depressie of een post traumatisch stress stoornis ontwikkelt, hierdoor niet meer in staat is zichzelf te verweren, kan worden ontslagen, zelf ontslag neemt of zichzelf van het leven berooft (19)’.

Conclusie 6.1:
Als men deze definitie hanteert (intentioneel geweld), is pesten op het werk een strafbaar feit.

Conclusie 6.2: 
Strafbare feiten horen thuis in het Wetboek van Strafrecht en dienen in dit kader te worden aangepakt.

Conclusie 6.3:
Strafbare feiten worden niet aangepakt dan wel opgelost via mediation.

Conclusie 6.4:
Geen enkele vorm van geweld, waaronder vrouwenmishandeling, kindermishandeling, seksueel misbruik, seksuele intimidatie, huiselijk geweld, Joden- of homovervolging (20), kan worden opgelost dan wel aangepakt via mediation. Pesten tussen leerlingen op school en pesten tussen volwassenen op het werk, opgevat als geweld, dus ook niet.

Conclusie 6.5:
De externe onderzoekscommissie, die was samengesteld naar aanleiding van de zelfmoord van Caroline Dijkman vanwege pesten door haar collega’s, geeft, door aandacht te besteden aan de  mediation die al dan niet was toegepast in de zaak van Caroline Dijkman, wederom blijk van een totaal gemis aan enige deskundigheid op het gebied van pesten op het werk.

Nawoord
Sommige mensen hebben veel pech. In het geval van Caroline Dijkman had zij de pech in een vakgroep terecht te komen waaruit al zes medewerkers vanwege pesten de groep hadden verlaten; had zij de pech haar werk zeer serieus te nemen; had zij de pech dat een van de pesters niet alleen een lid van de vakgroep was, maar ook een van de interne vertrouwenspersonen, die dan ook nog vriend was van de tweede interne vertrouwenspersoon, zodat Caroline bij hen in ieder geval niet terecht kon; had zij de pech dat de vakgroep biologie-verzorging werd geleid door een volstrekt incapabele vakgroepsleider; had zij volstrekt incapabele leidinggevenden die niet wisten om te gaan met een groep waarin de omgang met elkaar desastreuze en gevaarlijke vormen had aangenomen; had zij de pech dat het bestuur van LVO een volstrekt incapabele onafhankelijke klachtencommissie instelde, die op grond van geen enkele kennis op het gebied van pesten vaststelde dat Caroline niet werd gepest; had zij de pech dat zij een psycholoog van PsyQ toegewezen kreeg die, ondanks mijn uitdrukkelijke verzoek, weigerde een ptss-test af te nemen en had zij tot slot de pech dat na haar zelf gekozen dood het bestuur van LVO tot slot ook nog een volstrekt incapabele onderzoekscommissie instelde. 
In het artikel ‘Weduwnaar gepeste docent ontvangt schadevergoeding’, geplaatst in de Volkskrant op 29-06-2016, zegt André Postma, voorzitter van LVO “dat in het rapport niet onomstotelijk vast is komen te staan dat Dijkman echt werd gepest. Er is geen Salomonsoordeel geveld”. 
Op www.pesten.net in de rubriek Caroline Dijkman mijn oordeel.

Noten
1 Na afloop van de begrafenis van Caroline Dijkman in Heerlen kwam een rijzige man met een baard op mij af en vroeg of ik Bob van der Meer was. Na mijn bevestiging vertelde hij dat hij 40 jaar docent aan het Sint Maartenscollege was geweest. Toen pas viel voor mij het kwartje. Ongeveer 20 jaar geleden had ik op één dag in de middag  een workshop voor het team over pesten tussen leerlingen gehouden om ’s avonds een lezing voor ouders over hetzelfde onderwerp te verzorgen.  Ik vertelde de docent dat ik mij deze activiteiten op het Sint Maartenscollege nog zo  goed kon herinneren omdat dit de eerste en bijna de enige school in Nederland was die mij in de tijd tussen workshop en lezing uitnodigde voor een etentje, in dit geval de Chinees vlak bij het station. Twee docenten waren hierbij aanwezig, kon ik mij herinneren: een conrector en een docenten- en leerlingenbegeleider. Dat was hij, vertelde hij. Daarna gaf hij onomwonden als zijn mening dat Caroline’s dood het gevolg was van pesten door haar collega’s. Zijn naam, Gerard Peters, gaf ik door aan Maud Effting of Anneke Stoffelen, journalisten van de Volkskrant. Zij voerden een lang gesprek met hem en publiceerden op zaterdag 12 september 2015 een groot artikel over haar dood, in welk artikel Gerard uitgebreid aan het woord kwam. Alhoewel Gerard Peters meer dan 40 jaar als docent, leerling- en docentenbegeleider aan het Sint Maartenscollege verbonden was, heeft hij van de huidige leiding te horen gekregen dat hij persona non grata is. 
2 Magnée, P. (2015). Bestuursvoorzitter LVO reageert op zelf gekozen dood docent. Pesten moet je altijd serieus nemen. Schooljournaal, 14, 10-13.
3 Deze methode werd in verschillende bedrijven en organisaties met succes toegepast, onder andere bij de afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Groningen, Waternet in Amsterdam, de gemeente Den Haag en Caterpillar in Den Bosch.
4 Deze methode maakt gebruik van twee instrumenten van Leymann, twee door mij ontwikkelde instrumenten en de bevindingen van psycholoog, psychiater, huis- of Arboarts, UWV.
5 Koste, G.S.M. (2015). De toetssteen van de zorgplicht rustend op scholen. Didam: Koster; HR 11 maaer 2005, ECLI: NL: HR: 2005, r.o. 4.1.2. JA 2005/39.
6 Meer, B. van der (1988). De zondebok in de klas. Nijmegen: Berkhout BV.
7 Koetsier, C.H. & T. C. Koetsier-Korvinus (1994). Recht op een gaaf leven. Kampen: Kok.
8 Deze rubriek is niet up-to-date.
9 Geel, M. van, P. Vedder & J. Tanilov (2014). Relationship between peer victimization, cyberbullying, and suicide in children and adolescents, a meta-analysis. Jama Pediatrics 2014: 168 (6); 435-442.
10 Meer, B. van der (1997-3). Pesten op het werk. Assen: Van Gorcum.
11 Deze gevolgen zijn een combinatie van de door Leymann en mij genoemde gevolgen. Zie hiervoor:
Leymann, H. (1994). Psychoterror am Arbeitsplatz und wie man sich dagegen wehren kann. Reinbek bei Hamburg: Rowohlt Taschenbuch Verlag GmbH.
12 Of het slachtoffer alleen maar negatieve gevolgen van pesten op het werk ondervindt, is echter afhankelijk van factoren als goede fysieke en psychische gezondheid, aanzien, sociale ondersteuning, economische onafhankelijkheid, oriëntatie op de maatschappij, specifieke capaciteiten en probleemoplossend vermogen. Bron: Pesten op het werk, pagina 48-49.
13 Op 15-03-2010 verscheen in NRC.NL > Archief een artikel met als titel ‘Harde verwijten France Télékom  vanwege zelfmoorden’. En verscheen op 29-06-2016 in HLN, BE Nieuws een artikel hierover met als titel  ‘Topman France Télékom riskeert proces voor pesten op het werk na zelfmoordgolf.
De tekst luidde als volg: 
“Het Franse OM is een zaak gestart tegen de ex-topman van France Télékom, Didier Lombard, die beschuldigd wordt van pesten op het werk. Het bedrijf werd in 2008 en 2009 getroffen door een zelfmoordgolf.
Het onderzoek is een gevolg van een klacht en een rapport over de zelfmoordgolf. De onderzoekers concludeerden begin 2010 dat Lombard en andere managers doelbewust een strategie hanteerden van psychologische terreur en zo het leven van anderen in gevaar brachten. Ook zou France Télékom  er niet in geslaagd zijn een antwoord te geven op de waarschuwing van vakbonden, bedrijfsartsen en zorgverzekeraars.  
De vakbond Sud PTT klaagde in 2010 dat France Télékom doelbewust een stressvolle werkomgeving had gecreëerd. Het bedrijf hoopte dat werknemers zelf ontslag zouden nemen, waardoor de loonkosten zouden verminderen. Onder leiding van Lombard verlieten 20 000 personeelsleden het bedrijf. De 70-jarige Lombard moest aftreden in maart 2010. Naar verwachting zal het gerecht ook het bedrijf en twee hooggeplaatste managers vervolgen”
14 Droesbeke, E. (2009). Het verhaal van David. De postbode die gepest werd op het werk, hij pleegde zelfmoord. Amsterdam: House of Books BV.
15 Caroline Dijkman is naar mijn weten de eerste docente die zich vanwege pesten door haar collega’s van het leven heeft beroofd. Aan een aantal van diegenen die mij vroegen om een analyse van hun pestsituatie te maken heb ik de vraag gesteld of zij tijdens de pestsituatie zelfmoord hadden overwogen. Zonder enige uitzondering beaamden ze dit.
16 Gotlieb, A., J. Dohmen, & J. Wester (2014). Operatie werk Arthur de deur uit. Dagboek van een ongewenste werknemer. Amsterdam: Bertram en de Leeuw. 
17 Popma, J. (2005). Werk gerelateerde sterfte in Nederland, een verkenning. Rapport in het kader van Workers Memorial Day, 28-04-2005. Amsterdam: UvA. 
18 Antwoord op de vraag van Gerrit Hartholt aan Seth van den Bossche, TNO-Arbeidsmonitor, naar het aantal zelfmoorden vanwege pesten op het werk: 1 á 2%. Als het aantal op het werk gepeste medewerkers in Nederland wordt gesteld op 80 000, impliceert dit 80 tot 160 zelfdodingen vanwege pesten op het werk. 
19 De definitie die ik in 1997 in Pesten op het werk hanteerde luidde als volgt:
‘Pesten binnen bedrijven is het systematisch uitoefenen van lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld door één persoon of groep personen tegen meestal één ander, die niet (meer) in staat is zichzelf te verdedigen’.
20 Bij pesten ga ik uit van het zondebokfenomeen. Een definitie hiervan luidt: ‘Het zondebokfenomeen is de overdracht van vijandigheid op een onschuldig en hulpeloos slachtoffer, wanneer of omdat de eigenlijke bron van frustratie niet aanwezig is of om andere redenen niet kan worden aangevallen’. Hierin zit de relatie tussen frustratie, agressie en geweld tegen ‘de ander’of de ‘mindere’ in de sociale rangorde opgesloten.
Dit verschijnsel is een groepsprobleem, aangetoond bij dier en mens. Bij dieren: bij apen, ratten, kippen en katten. Bij mensen: in het onderwijs, leger, bedrijven, inrichtingen, in tehuizen voor senioren. Het is in de tweede plaats een maatschappelijk verschijnsel. Voorbeelden zijn: vrouwenmishandeling, kindermishandeling, seksueel misbruik, huiselijk geweld, seksuele intimidatie. En tot slot is het een verschijnsel van alle tijden. Voorbeelden zijn: homo-, heksen- en Jodenvervolging.
 






 
© 2018 Bob van der Meer